Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

HET VUUR NOG GEENSZINS GEDOOFD (B4)

HET VUUR NOG GEENSZINS GEDOOFD (B4)

Het vuur nog geenszins gedoofd – Een reis door de Lage Landen in april, mei en juni van 1790
Georg Forster
Vertaling Gerlof Janzen 2010
Uitgeverij Cossee bv Amsterdam


Georg Forster werd op 27 november 1754 geboren in Nassenhuben bij Danzig (tegenwoordig Gdansk). Zijn vader, Reinhold Forster, was dominee maar zijn belangstelling voor de zielenzorg moest het afleggen tegen die voor de natuurwetenschappen. In het voorjaar van 1765 mocht Georg, als tienjarige, zijn vader vergezellen op een wetenschappelijke reis door Rusland. In 1772 kreeg Reinhold de unieke gelegenheid om deel te nemen aan de tweede reis om de wereld per schip van kapitein James Cook en Georg mocht hem daarbij als medewerker vergezellen.

In 1788 nam Georg de leiding op zich van de universiteitsbibiliotheek van Mainz en ging er natuurwetenschappen doceren. Uiteindelijk viel de functie nogal tegen en Georg beklaagde zich over de saaiheid er van. Toen er zich een gelegenheid voordeed om een enkele maanden durende reis te gaan maken greep Georg die dan ook met beide handen aan.

Op 24 maart 1790 vertrok Georg Forster uit Mainz om een reis te maken die via Brabant, Vlaanderen, Holland en Londen in Parijs zou eindigen. Hij werd daarbij vergezeld door Alexander von Humboldt, leerling van Georg, die later als wetenschappelijk ontdekkingsreiziger zijn leermeester nog in faam zou overtreffen.
Toen Forster in 1790 Nederland bezocht had ons land net een roerige periode achter de rug. De patriotten hadden tussen 1783 en 1787 geleidelijk de macht in handen gekregen. Zij wensten beknotting van de macht van de adel en meer macht voor het volk.
Frederik Willem II, koning van Pruisen en broer van prinses Wilhelmina van Pruisen (gemalin van stadhouder Willem V), besloot in te grijpen. Hij stuurde een leger dat de stadhouder weer in zijn macht herstelde totdat in 1795 de Fransen het land binnenkwamen en de Bataafse Republiek uitgeroepen werd. Tijdens zijn verblijf in Nederland in 1790 concludeerde Forster dat het revolutionaire vuur van de Patriotten nog geenszins gedoofd was (hiernaar verwijst de titel van het boek). Niettemin verwachte hij dat het nog wel honderd jaar kon duren voordat de tijd in Nederland rijp was voor een revolutie zoals die in Frankrijk. Hiermee onderschatte hij de politieke ontwikkelingen. In 1795 zouden de patriotten, gesteund door het binnenvallen van de Franse troepen, opnieuw de macht grijpen. In oktober 1792 stonden de Franse revolutionaire troepen voor de poorten van Mainz. De burgers namen op voorstel van de veroveraar een republikeinse grondwet aan. Ook Forster raakte meegesleept door de gebeurtenissen. In maart 1793 reisde hij als afgevaardigde van het Mainzer Convent naar Parijs. Hij zou niet meer naar Duitsland kunnen terugkeren. Nadat Pruisische troepen Mainz hadden heroverd werd op Forsters hoofd zelfs een beloning gezet. Op 10 januari 1794 stierf Forster, slechts negenendertig jaar oud, in Parijs.

Hieronder laat ik enkele impressies volgen die Forster neerschreef over de Nederlanden zoals hij ze in 1790 aantrof. Opvallend zijn de lyrische beschrijvingen van Amsterdam en Rotterdam. Het gezicht op de havens toen moet inderdaad zeer indrukwekkend geweest zijn!

ROTTERDAM

“Aan de overkant verhieven zich, in de glans van de zon, de gebouwen van Rotterdam boven het water. De grote vierkante toren van de parochiekerk, de uitgestrekte admiraliteitsgebouwen en de verrukkelijke dam die over de lengte van een uur gaans met hoge lindes is afgezet en die de oever begrenst, de massa van tussen de huizen omhoogstekende scheepsmasten, de ontelbare windmolens in, buiten, en aan de andere kant van de stad die deels op hoge, torenachtige onderstukken waren gebouwd om meer wind te vangen en tot slot de voorsteden met huizen en tuinen die zich links en rechts in een lange rij langs de rivier uitstrekken! (…) Als men zijn woonplaats voor het uitzoeken had, dan zouden de straten langs de haven en bij de Maas die zo weids en met majestueuze olmen zo verrukkelijk belommerd is, beslist behoren tot de mededingers die mijn keuze moeilijker zouden maken. Het uitzicht op de rivier is werkelijk zo aantrekkelijk dat je er amper genoeg van kunt krijgen.”

SCHEVENINGEN

“Zo gauw men de poort [van Den Haag] uit is – Den Haag is namlijk een stad en heeft zijn stadsgrenzen, evenals een stadbestuur, ook al praten de reizigers elkaar allemaal na dat het het mooiste dorp in Europa is – dus, als men de poort uit is, bevindt met zich op een fraaie, kaarsrechte laan met grote, lommerrijke lindes en eiken, die door een bosje tot Scheveningen loopt en waar het in de zomer verrukkelijk koel moet zijn. De aanblik van de zee was ditmaal erg mooi, zo stil en onmetelijk tegelijk!”

DEN HAAG

“Wat men zoal zegt over de verrukkelijke ligging van deze plek en de verdere voordelen ervan, die haar tot de aangenaamste plaats in de Verenigde Provincies maken om te vertoeven, is geenszins overdreven. De omgeving rond de esplanade en wat daar in de buurt ligt, onderscheidt zich door grote, comfortabele en deels schitterende woonhuizen, waarvan enkele welhaast de naam “paleis” verdienen. (…) De bevolking in Den Haag is zo gevarieerd dat men uit hun levenswijze, hun zeden en hun aanleg amper conclusies durft te trekken aangaande de Nederlandse natie. Tot mijn grote genoegen zag ik nu vrijwel geen bedelaars in de straten, die daar twaalf jaar geleden nog zo mee bezaaid waren dat een voetganger een gevoel van irritatie over hun opdringerigheid amper kon onderdrukken.”

AMSTERDAM

“Zo presenteert Amsterdam zich vanaf de waterkant, niet alleen voor het oog maar ook voor de geest, in zijn hoogste glans. Ik verplaats me in gedachten naar het midden van de haven en bekijk links en rechts de groepen van vele honderden schepen uit alle windstreken van Europa. Ik volg met een vluchtige blik de kusten die zich tot aan Alkmaar en Enkhuizen uitstrekken en, aan de andere kant, de zeeboesem voor Texel vormen. De stad met haar werven, dokken, pakhuizen en fabrieksgebouwen, het gekrioel van de vlijtige bijenzwermen langs de onafzienbare oever, op de stranden en de grachten, de toverachtige beweging van zovele zeilende schepen en boten op de Zuiderzee en het rusteloze draaien van de duizenden windmolens om mij heen – wat een onbeschrijflijk leven, wat een grenzeloosheid in deze aanblik!”

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Hans Erkamp

Geplaatst op

14-09-2018

Over dit verhaal

Reisverslag van een reis door de Lage Landen in 1790

Geef uw waardering

Er is 2 keer gestemd.

Social Media

Tags

Patriotten Revolutie

Reacties op ‘HET VUUR NOG GEENSZINS GEDOOFD (B4)’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »