Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

De Klas van Daniël (Hoofdstuk 1)

De Klas van Daniël






Daniël woont in een leuk dorp, waar hij het goed naar zijn zin heeft. Vaak gaat hij met zijn vrienden spelen in het bos. Ze zijn ze een boomhut aan het maken.
Zijn vader krijgt een andere baan en ze gaan verhuizen.
Een nieuw huis, een nieuw dorp en een nieuwe school.
Op het schoolplein van de nieuwe school ontmoet hij Hendrik. Hendrik wordt vaak erg vervelend behandeld door zijn klasgenoten. Daniël ziet het aan en besluit er wat van te zeggen.
Hij krijgt het advies om dat vooral niet te doen, als hij zichzelf niet in moeilijkheden wil brengen.
Ook ontmoet hij Marjolein. Zij wordt niet begrepen door de anderen en ze wordt buitengesloten. Daniël vraagt zich af wat hij voor haar kan doen. Hij wil naar de meester gaan, maar dat raadt Marjolein sterk af.

De klas van Daniël, een verhaal over een strijd tussen goed en kwaad.
Een verhaal over een kind met idealen.
Een ideaal: om goed te zijn voor anderen...





De klas van Daniël


Hoofdstuk 1 : De Boomhut
Hoofdstuk 2 : De Belofte
Hoofdstuk 3 : De Verhuizing
Hoofdstuk 4 : Tegenstand voor Daniël
Hoofdstuk 5 : Het wordt zwaar voor Daniël
Hoofdstuk 6 : Evert gaat op zoek naar een andere school
Hoofdstuk 7 : Het licht
Hoofdstuk 8 : Het Samenwerkingsverband
Hoofdstuk 9 : Een andere wereld
Hoofdstuk 10 : Weer terug
Hoofdstuk 11 : Vriendschap
Hoofdstuk 12 : Bram
Hoofdstuk 13 : In het ziekenhuis
Hoofdstuk 14 : Bas komt in gewetensnood
Hoofdstuk 15 : Vrienden
Hoofdstuk 16 : De andere wereld boven in de wolken
Hoofdstuk 17 : De Koning
Hoofdstuk 18 : Een missie
Hoofdstuk 19 : Daniël en Marjolein
Hoofdstuk 20 : Hou eens op met dat gepest!
Hoofdstuk 21: Met plezier naar school




De klas van Daniël





Ergens in een dorp in Nederland staat een vrijstaand huis in een bosrijke omgeving. Nog niet zo lang geleden was dit het huis van Daniël, waar hij samen met zijn vader en zijn moeder, zijn broertje en zijn zusje woonde.
Zijn moeder Esther is een zorgzame, lieve en attente vrouw. Zijn vader Evert is een vriendelijke en rechtvaardige man. Daniël is de oudste en is elf jaar. Zijn broertje Joël is zeven jaar, hij is een leuk bijdehand kereltje, en voor zijn leeftijd erg intelligent. Regelmatig is hij van mening dat hij niet eerlijk wordt behandeld vanwege zijn nog jonge leeftijd. Zijn zusje is vijf jaar en heet Sanne, of liever gezegd, 'lieve zus' zoals Daniël haar vaak noemt.
Daniël is een bijzonder kind...

Het verhaal begint als de familie van Daniël nog in hun oude huis woont.
Achter het huis ligt een mooie tuin met een groen gazon. Naast de tuin ligt een grote weide met wilde begroeiing, hoog gras en wat vreemde planten. Door deze weide loopt een kronkelig pad, helemaal naar een groot bos. In dit bos hangt vaak een deken van mistige nevel, net boven de grond.
Daniël heeft het erg naar zijn zin in dat vrijstaande huis en hij speelt vaak in het bos met zijn vrienden.

De grote vakantie is afgelopen, en het nieuwe schooljaar is begonnen.
Daniël en zijn vrienden: Mike en Bob, lopen over het kronkelpad en zijn op weg naar het bos...




Hoofdstuk 1: De Boomhut


'Zou je Daniël even willen roepen en zeggen dat we gaan eten?' vraagt Esther aan Joël, het jongere broertje van Daniël.
'Waar is Daniël?'
'In het bos, denk ik.'

Ondertussen zijn Mike, Bob en Daniël in het bos, een eindje verderop achter het huis. Mike, Bob en Daniël zijn goede vrienden van elkaar; ze kennen elkaar al lang, en ze gaan best veel met elkaar om.
'Zullen we een hut gaan maken in een boom?' vraagt Bob.
'Ja, een goed idee!' antwoordt Mike.
'Ja, leuk,' zegt Daniël.

Daniël stelt voor om een hele berg mos en bladeren te verzamelen.
'Als je dan naar beneden valt, val je zacht, en breek je tenminste geen been', laat hij weten.
Mike en Bob vinden het een goed plan en ze gaan aan de slag.

Ze verdelen de taken; Mike en Bob gaan grote stevige takken zoeken en Daniël zoekt een heleboel mos en bladeren bij elkaar.
Even later hebben Mike en Bob al veel grote takken gevonden.
'We hebben gereedschap nodig,' zegt Bob.
Daniël komt eraan, hij heeft al een aardige berg mos en bladeren verzameld.
Dan komt plotseling Joël eraan gelopen.
'Daniël, Daniël..., O hier ben je. Je moet komen want we gaan eten.'
'Goed ik kom eraan.' Daniel vraagt of Bob en Mike nog even mee naar binnen willen komen.
Esther kijkt uit het raam en ziet de jongens aankomen.
'Hebben jullie leuk gespeeld?'
'We gaan een hut bouwen in een boom', antwoordt Mike.
'Een hut in een boom! Ik ben benieuwd.
Wij gaan eten. Ik denk dat jullie ouders ook op jullie wachten met eten. Willen jullie anders nog even wat drinken voordat jullie gaan? Wat fris?'
'Ja graag,' antwoordt Bob.
'Bedankt,' zegt Mike, en hij drinkt zijn glas leeg. 'Het is waar, mijn ouders wachten ook op mij voor het eten. Ik moet gaan.'
'Ja, ik ook,' zegt Bob.
'Tot morgen!' roept Daniël.

Evert komt net binnen en vraagt aan Daniël wat ze die dag gedaan hebben.
'We zijn in het bos geweest en we willen een boomhut maken.'
'Een hut in een boom?
En dan kan ik straks een van jullie naar het ziekenhuis toe brengen met een gebroken been,' zegt Evert met een glimlach.
'Dat zal niet gebeuren, pap! We gaan zoveel mos en bladeren verzamelen tot we een grote berg hebben. Als dan een van ons valt, komt hij zacht terecht en breekt hij niks.'
Esther roept dat het eten klaar is en dat ze aan tafel kunnen.
Joël is nog tv aan het kijken en maakt weinig aanstalten om op te staan.
'Joël, televisie uit en aan tafel,' roept Evert.
'Ja, ik kom zo.'
'Nee nu!'
'Goed, goed, ik kom al,' antwoordt Joël met lichte tegenzin.
Esther vraagt aan de kinderen of ze een leuke dag hebben gehad op school.
'Wij hebben vandaag gekleurd,' antwoordt Sanne.
'Nou, ik ben benieuwd, dan moet je die tekening maar eens laten zien.'
'Ik ben zo terug... .' Sanne rent naar boven.
'Hier mama, vind je hem mooi?'
'Ja hoor, je hebt mooie kleuren gebruikt.'
Joël geeft ook zijn mening en zegt dat hij de tekening niet mooi vindt.
'Vorig jaar zijn we met de klas naar een museum geweest en daar hebben we schilderijen gezien die er ongeveer hetzelfde uitzagen,' zegt Daniël.
'Als je eens wist wat die schilderijen kosten!' zegt Evert.
Opeens begint Joël zich voor de tekening te interesseren en oppert:
'Dan moet je hem verkopen!'
Evert dimt het enthousiasme van Joël en zegt hem dat je eerst een kunstenaar moet zijn om een schilderij te kunnen verkopen.
'O, dat is dan jammer,' antwoordt Joël teleurgesteld.
De volgende ochtend, het is zaterdag, en vandaag kan Daniël met zijn vrienden de hele dag in het bos spelen.
Daniël gaat met zijn vader naar het bos. Ze zijn aangekomen op de plaats waar ze de boomhut willen bouwen.
'Hier is het. Kijk, we hebben al een hele berg mos en bladeren verzameld.'
'De berg mos en bladeren is nog veel te klein, hij moet minstens twee keer zo hoog worden,' geeft Evert aan.
'Ja pap, dat gaan we doen.'
Bob komt eraan gelopen.
'Hallo.'
'Ah Bob, fijn dat je er bent! Kijk eens wat mijn vader heeft meegenomen.'
'Gereedschap! Een hamer, zaag, spijkers, touw. Precies wat we nodig hebben. Dank u wel, vader van Daniël.'
Daniël zegt dat zijn vader vindt dat de berg mos en bladeren nog minstens twee keer zo hoog moet worden.
'Dat is inderdaad een goed idee, want het lijkt wel veel zo'n berg mos en bladeren, maar als je uit de boom valt, dan kom je nog aardig hard terecht.'

Dan komt Mike eraan. 'Ah, jullie zijn al begonnen.'
'We gaan eerst nog wat meer mos en bladeren zoeken,' antwoordt Daniël.
'Nou, veel plezier, en wees voorzichtig, jongens,' zegt Evert en hij vertrekt.
Vol enthousiasme gaan ze aan de slag.
'Deze takken die ik gevonden heb, zijn mooi recht,' zegt Mike.

Ze zijn hard aan het werk en de hut begint al vormen aan te nemen. De vloer is al bijna af.
Daniël vraagt zich af of de berg mos en bladeren voldoende is om een val te breken. Een sterke storm zou bovendien alles weg kunnen blazen.
Ze overleggen met elkaar. Bob stelt voor om een net over de berg mos en bladeren heen te spannen.
'Ja, dat lijkt me beter,' antwoordt Daniël.
'Vanmiddag neem ik wel een groot net mee,' zegt Bob.
Daniël zegt dat hij nog wat meer mos en bladeren gaat verzamelen.
'Prima,' zegt Mike. Ze spreken met elkaar af dat zij zelf verder zullen werken aan de hut.


Een tijdje later merkt Mike op: 'Daniël, je hebt aardig je best gedaan; ik heb nog nooit zo'n grote hoeveelheid mos en bladeren bij elkaar gezien.'
'Hoe laat is het?' vraagt Bob.
'Twaalf uur; tijd om wat te gaan eten. Komen jullie bij mij eten?' vraagt Daniël.
'Ik moet toch naar huis om dat net te zoeken,' antwoordt Bob.
Ook Mike zegt dat hij thuis gaat eten.
'Oké, dan zie ik jullie straks.'

Als Daniël is thuisgekomen, vraagt Joël geïnteresseerd wat Daniël met zijn vrienden aan het doen is.
Daniël vertelt dat ze een boomhut aan het maken zijn.
'Vanmiddag kom ik ook spelen in het bos,' zegt Joël.
'Nee dat is te gevaarlijk, jij bent nog te klein.'
'Dat is niet waar, ik ben al zeven en ik ben niet klein! Als ik nou vijf was... '
'Ik denk niet dat dat een goed idee is.'
'Nee Joël, dat gebeurt niet!' zegt Evert.
Joël is triest en vindt het niet eerlijk. Daniël probeert Joël te troosten en zegt hem dat hij wel mee mag als hij wat groter is.
'Dat zeggen jullie altijd, als ik wat groter ben... '
De bel gaat en Esther doet open.
'Dag Bob, fijn dat je er bent. Kom binnen.'
'Daniël', zegt Bob, 'ik heb een groot net gevonden, dat kunnen we goed gebruiken voor de berg mos en bladeren.'
'Fijn, kom laten we gaan. Pap, mam, we zijn weg.'
'Wacht op mij!' roept Joël.
'Joël, jij blijft thuis! Anders krijg je straf en dan blijf je de komende twee weken binnen,' spreekt Evert op een strenge toon.
Verslagen loopt Joël weg. 'Dat is niet eerlijk, kleine kinderen worden altijd gediscrimineerd.'

Even later is Daniël met Bob in het bos. Het net komt goed van pas nu de berg mos en bladeren groot genoeg is.
Daniël kijkt Bob aan: 'Durf jij naar beneden te springen?'
'Ja hoor.'
'Oké, dan springen we allebei een keer.'
Daniël klimt in de boom en springt. 'Een, twee, Whoo... .'
'Nu is het mijn beurt. Een, twee en Whaa...,' roept Bob.
Daniël en Bob amuseren zich aardig. Ondertussen komt Mike er aangelopen.
'Daniël, ik zag je net springen,' roept Mike.
'Kom mee, dan kan jij ook een keer naar beneden springen,' zegt Daniël.
'Misschien later, ik ga vast verder met de hut.'
Bob en Daniël zijn klaar met springen en ze gaan weer verder met bouwen aan de hut.
'Nu komt het moeilijkste; we moeten de muren gaan maken,' zegt Bob.

Een paar uur later is de eerste muur af.
'Zo, de eerste muur staat,' zegt Mike.
'Hij is alleen nog niet zo stevig,' merkt Bob op.
Daniël ziet dat het al laat is en hij stelt voor om de volgende dag verder te gaan.



Wordt vervolgd...




Utrecht 15 Augstus 2017

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Robin

Geplaatst op

14-08-2017

Over dit verhaal

H1 De Boomhut

Geef uw waardering

Er is 1 keer gestemd.

Social Media

Tags

Pesten School Spanning Vriendschap

Reacties op ‘De Klas van Daniël (Hoofdstuk 1)’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

Ik ga akkoord met de voorwaarden (opent in nieuw venster)

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »