Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

U bent hier:

Welkom op 1001KorteVerhalen.nl

Hier op 1001KorteVerhalen.nl kunt u gemakkelijk de leukste korte verhalen vinden. Er staan op dit moment 1.520 verhalen op de site. We hebben ze voor u verdeeld over diverse categorieën, zoals bijvoorbeeld kinderverhalen, romantische verhalen of waargebeurde verhalen.

Ook kunt u uw zelf geschreven verhalen insturen, zodat anderen deze kunnen lezen en hierop hun reacties kunnen geven. Bij elk verhaal heeft u de mogelijkheid om dit direct uit te printen of uw waardering te geven.

We wensen u veel plezier op 1001 Korte Verhalen.nl!

Verhaal van de dag

  • 04/12/2017In de bus.

    “Nou ja zeg, ben je wel goed bij je hoofd!” schreeuwde de man terwijl hij zijn ene kant van zijn wang masseerde alwaar hij net van een dame een klap midden in de roos had ontvangen.
    “Je kijkt mij te lang en het is beslist onbeschoft, hork dat je er bent!' antwoordde de agressor in deze matpartij.

    Leny Kruis
  • 05/12/2017Ik wou dat ik ...

    Oh, hoe vaak zeggen mensen dat wel niet, ik wou dat ik ... en niet alleen grote mensen maar kinderen net zo goed.
    Dan zeggen die: ik wou dat ik een ijsje kreeg, maar is dat wel echt wíllen? Krijg je het vandaag niet, dan morgen wel.

    Irene O.
  • 06/12/2017De Klas van Daniël (Hoofdstuk 1)

    De Klas van Daniël

    Robin
  • 07/12/2017Opmerkelijke wachtkamerlectuur

    Het was mij al eerder opgevallen. Mannen die uit de spreekkamer kwamen gingen niet naar huis maar namen opnieuw in de wachtkamer plaats en grepen gretig naar dat ene tijdschrift.

    Coby Poelman-Duisterwinkel
  • 08/12/2017In de sneeuw

    Dikke sneeuw vlokken dwarrelen zachtjes deinend op de wind naar beneden. En vallen op de dikke laag sneeuw die het gras goed warm houd tegen de strenge vorst van de winter.de boom stammen zijn aan een kant wit dankzij de sneeuw. De wind is deels gaan liggen. En waait enkel nog een zacht briesje. De zon doet hard zijn best zich tussen de wolken zichtbaar te maken. Nog even en de lucht zal helder blauw zijn.
    Ik sjok door de sneeuw al mijn spieren staan gespannen klaar voor de aanval. Ondanks het rustige weer is het koud. Heel koud. Ik sla mijn cape dichter om me heen om mijn eigen warmte zo min mogelijk te verliezen.

    sharingan
  • 09/12/2017US na 100 dagen Trump

    We gingen voor ontspanning en ons eigen plezier
    naar the Wildlands om te kijken naar ”het" exotisch dier.

    Gert Pape korte verhalen
  • 10/12/2017op de weg terug

    een hobbel in de weg schudde iedereen in de auto wakker. Het onweer sloeg bijna tegelijk toe met een genadeloze donderslag die iedereen nog even goed door elkaar husselde. Gelukkig dat Charles de chauffeur was vandaag, want hij reedt ongestoord en bijna ongeïnteresseerd door, dacht Will bij zichzelf. De familie Coffery keek elkaar verschrikt en nog een beetje slaperig aan. ‘’ dat was even schrikken zeg” moppert moeder tegen haar oudste zoon met een nog steeds vermoeide blik in haar ogen. Dat kon wel kloppen aangezien het midden in de nacht was en ze al 6 uur met ze 4e achterin de limo gepropt zaten. ‘’Weer eens iets anders dan een wekkerradio mam’’ kaatste Will met een pesterig toontje terug. ‘’ ga maar weer slapen Bennie, ik maak je wel wakker als we thuis zijn’’ fluisterde Will tegen zijn kleine broertje terwijl hij hem zijn dekentje weer aangaf. Hij was pas 8 geworden en de familie was als cadeau een paar dagen geleden vertrokken naar Disneyland, om het eens lekker te vieren. Aan dat blije gezicht van zijn broertje kon Will zien dat hij plezier had gehad, en Will moest toegeven dat hij het zelf ook erg gezellig had gevonden. ‘’ het spijt me meneer Coffery, maar we moeten helaas een kleine omweg moeten maken omdat de hoofdweg onder water staat meneer.’’ Sprak Charles ineens vanaf de bestuurders cabine. ‘’ dankjewel Charles, en hoe vaak moet ik het nog zeggen, noem me gewoon Ronald.’’ Glimlachte Will’s altijd vriendelijke vader naar de oude chauffeur. Nu Will naar buiten keek was het inderdaad noodweer. Dankzij de regen leek het wel alsof je door een aquarium keek. En die wind! De bomen in het bos leken allemaal net twijgjes die ieder moment konden bezwijken onder de druk. ‘’ Pa, kijk di …….”. wilde Will nog zeggen, maar er was weer een hobbel, maar nu ook een knal, geratel, een slib nog een knal, een rol, ramen die breken, de wind die naar binnen blaast, geknars van verdrukt ijzer en de duisternis……

    simon-sleepzz
  • 11/12/2017He woke me up.

    This page of her diary, is not her life.
    But the one, she wanted to have.

    Rozi
  • 12/12/2017alles is wit

    Alles is wit, lichtgevend wit. Ik knipper een maar keer met mijn ogen, maar het blijft wit. Wat is er gebeurt? Ben ik dood? Ik weet het niet. Maar ik ben niet bang, want het wit is zo mooi. Ik kan het zelfs voelen. Het is zo zacht, zoals donsveertjes. Achter me is nog meer wit, maar het ziet er anders uit, doffer met grijze barstjes. Het lijkt wel of daar iets op mij wacht, iets wat ik eerst moet loslaten. Beelden flitsen door mijn gedachten. Een auto, lachende meisjes, een ruzie, een donkere gang, de loop van een geweer. Maar al die gedachtes kan ik niet plaatsen. Het lijkt wel alsof ik naar een film staar waar ik halverwege in ben gevallen. Plotseling hoor ik gefluister. ‘Ik heb op je gewacht.’ De woorden klinken heel ver weg. ‘De anderen zijn er niet meer.’ Het geluid verplaatst, nu is de stem ter hoogte van mij oor. ‘Je bent helemaal alleen.’ Ik voel iets warms langs mijn voorhoofd strijken, huid op huid. Iemand gilt, het klinkt afschuwelijk. Ben ik dat? Het wit breekt open en wordt vager. Opeens voel ik me zo verdrietig en eenzaam. Mijn handen proberen het wit te vangen, maar de lucht glipt door mijn vingers heen en waaiert onder mijn benen vandaan. Ik val, steeds sneller en sneller. De grond komt razendsnel dichterbij. Met een klap kom ik op een harde koude grond terecht. Ik krijg geen adem, ik hap naar lucht en begin te hoesten maar het wilt niet lukken. Mijn ogen springen open, alles is nog steeds wit. Misschien ben ik wel echt dood. Mijn hoofd rolt een stukje opzij, ik leef nog want doden kunnen hun hoofd niet bewegen. Ik weet niet of dit een opluchting of een teleurstelling moet zijn. Er kietelt iets langs mijn wang, ik zie sneeuw, heel veel sneeuwwitte sneeuw. Ik lig met mijn rug op een bed van sneeuw, maar vreemd genoeg heb ik het niet koud. ‘Mama,’ wil ik roepen, maar de woorden blijven hangen in mijn hoofd. Wanhopig probeer ik het gezicht van mijn moeder voor me te halen. Maar ik kan me niet meer herinneren hoe ze eruit ziet. Ik kan me helemaal niets meer herinneren, ik weet niet meer wat er is gebeurt, ik weet niet waarom ik hier lig en ik weet niet eens meer wie ik zelf ben. De wind blaast over mijn wangen en ik moet huilen. Heel langzaam ontwaken de zenuwen van mijn lichaam. Ik begin dingen te voelen. Kou en pijn. Mijn hoofd stroomt over van pijn. Ergens achter me beweegt iets. Ik hoor brekende takjes en geritsel. Ik ben bang, maar ik weet eigenlijk niet waarom. Plotseling hoor ik van een andere kant een hoge meisjes stem. ‘Waar ben je?’ roept ze. Zou ze naar mij opzoek zijn? Ik moet weer huilen. Ik ben hier wil ik zeggen, maar het lukt niet. De woorden blijven in mijn keel hangen alsof mijn lichaam niet meer werkt. ‘Waarom antwoord je niet?’ zegt ze paniekerig. Ik ken het meisje, ik weet het heel zeker. Maar ik weet haar naam niet meer. Het geluid achter me komt steeds dichterbij. Ik hoor nu ook een zacht gehijg, en schoenen die in de sneeuw stampen. ‘Ik ga je zoeken!’ roept het meisje. Ze moet hier niet komen. Het is hier niet veilig. Ga weg, ga weg, ga weg. Met mijn gedachten stuur ik de boodschap naar haar. Alsjeblieft vlucht nu het nog kan. Maar het meisje luistert niet. Ik hoor nu haar voetstappen in de sneeuw. Heel anders dan die zware bewegingen achter me. ‘Hallo?’ roept ze. ‘Ben je daar? Kun je iets zeggen alsjeblieft?’ Haar woorden drijven ver weg in de vrieslucht. Opeens is het doodstil. Het gehijg achter me is gestopt. Het meisje zwijgt. ‘Nee.’ Zeg ik dit? Het is zo zacht en schor dat ik het amper zelf kan verstaan. Toch heeft het effect. Het gehijg achter me begint weer. Nog sneller en erger dan ervoor. Het meisje zegt: ‘Godzijdank, ik kom eraan.’ Nee. Nee. Blijf daar. Maar de woorden zitten opgesloten in mijn hoofd en komen er niet uit. ‘B-ben je daar? Zeg alsjeblieft iets. ‘H-het is hier zo donker,’ zegt het meisje. Haar stem is luider. Ze is dichterbij, maar dat mag niet. Het is gevaarlijk hier, ik moet haar waarschuwen. Heel voorzichtig beweeg ik mijn rechterbeen, daarna mijn linkerbeen. Het lukt. Ik daar me op mijn zijde en kom met heel veel moeite op mijn knieën. Een scheut met pijn schiet door mijn hoofd en kruipt langs mijn rug naar beneden naar mijn armen en benen. Mijn spieren spannen zich, op handen en voeten kruip ik door de sneeuw met al mijn kracht die ik nog over heb. De sneeuw strekt zich als een reusachtige zee voor mij uit. In het midden staat een auto. Mijn vingers zijn gevoelloos door de kou van de sneeuw en mijn spijkerbroek is doorweekt. Maar ik mag niet opgeven, ik moet doorgaan. Stukje voor stukje kom ik steeds dichterbij. ‘W-wie is daar? Ik ben niet bang voor je. E-echt niet.’ Haar stem, ik kijk omhoog en zie de gestalte van het meisje op slechts een paar meter afstand. Haar gezicht is verborgen in het donker van de nacht. ‘Nee,’ mompel ik hijgend van de uitputting en de pijn. Het meisje beweegt. ‘Neeeee!’ gilt ze. Ze rent mijn richting op. Drie meter, twee meter. Met elke stap die ze zet komt ze dichterbij. Ze wordt steeds duidelijker. Pas nu ze voor me staat kan ik haar gezicht zien. Zwarte mascara sporen over heel haar gezicht, ze heeft gehuild. ‘O lieverd.’ Ze hurkt en pakt mijn gezicht vast. ‘Ik wist niet waar je was. Ik was zo bang.’ Haar vingers strelen mijn wang. ‘Het komt allemaal goed, ik ga hulp halen,’ zegt ze. Ik wil het meisje zo graag geloven. Opeens zie ik haar blik veranderen opluchting maakt plaats voor verbazing, gevolgd door angst. Haar ogen staren naar een punt achter mij. Ze krabbelt overeind en gaat staan. Ik draai mijn hoofd om en nog voordat ik zie wie er achter me staat weet ik alles weer. Het is te laat om te vluchten.

    mickyleijten
  • 13/12/2017De dwerg die té groot was

    Dwergen zijn klein, dat weet iedereen. Ze wonen in kleine huisjes en slapen in kleine bedjes. Maar er was een Dwergje dat in een groter huis woonde en in een groter bed sliep. Hij was niet als de anderen. Hij was té groot voor een dwerg werd gezegd. Natuurlijk was dat niet fijn om te horen, het maakte de dwerg verdrietig. Op school had hij niet veel vrienden. En hij woonde ook helemaal alleen. Tot er een heel kleine dwerg aanklopte. “Hallo,” zei de kleine dwerg, “is er nog een bedje vrij in je huis?” De grote dwerg knikte: “Natuurlijk, kom toch binnen.” Dat was de eerste keer dat een andere dwerg in z’n huis kwam. “Wat heb je een mooi huis.” zei de kleine dwerg. “Ooooh bedankt, hoe heet je?” vroeg de té grote dwerg. Waarop de kleine dwerg antwoordde: “Ik ben Sven en jij?” “Ik ben Leo.” Zei de té grote dwerg met een glimlach. Vanaf die dag wonen Sven en Leo samen in het grote huis. Iedere keer als ze samen naar school wandelden werden ze met vele ogen aangekeken. Maar niet omdat ze er anders uitzien, maar omdat ze zo goede vrienden zijn.

    Choco La

Verhalen per maand

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »