Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

De vliegende pompoen

Merdon loopt door de winkel. Dan hoort hij ”Pom pom pom pom...”
“Hoor ik dat goed?” Vraagt Merdon zich af.
Merdon kijkt in de richting van het geluid, en ziet alleen een aantal zakjes pompoenpitten aan de muur hangen. Hij kijkt wat er op het zakje staat. “Ze kunnen anderhalve meter groot worden en ze zijn eetbaar.” Staat erop. Prijs: 1 Euro, 15 zaden. “Dat is leuk.” Denkt Merdon, en besluit een zakje te kopen. Tien meter verder in de winkel hoort hij de pitten in het zakje rommelend bewegen. “Toch is er iets met die pitten.” Zegt hij zachtjes tegen zichzelf. Als hij bij het hondenspeelgoed staat neemt hij een bal, een kluifbot, en een hondenriem mee. Om alles vast te kunnen houden doet hij het zakje pompoenpitten in zijn jaszak.
Als hij bij de kassa klaar is met afrekenen, en uit de winkel loopt, komt er een politieagent naar hem toe.
“Kom jij maar even mee.” Zegt de agent.
“Oef, de pompoenzaden.” Denkt Merdon.”
Ze lopen naar een kantoortje in de winkel. Merdon probeert uit te leggen hoe het zakje pitten in zijn jaszak komt, en dat hij er niet voor heeft betaald. De agent weet niet wat er waar is van de dingen die Merdon verteld, en uiteindelijk doet hij de rechterhand voor zijn gezicht, spreidt zijn vingers, en kijkt er doorheen.
“Voor deze keer zal ik het door de vingers zien.“ Zegt hij.
“Ik moet je nog wel iets over de pompoenen vertellen. Wist je dat je s ‘avonds een liedje moet zingen tegen pompoenen, en dat ze dan veel sneller groeien en groter worden?” Zegt de politieagent.
Merdon moet bijna lachen, maar dit lijkt hem niet het goede moment, want de agent kijkt zo serieus.
”Niet zomaar een liedje, een pompoenliedje.”
Dan grabbelt de agent met zijn hand in zijn broekzak en haalt er een digitale foto uit. Er staan tekst en muzieknoten op de foto… een liedje.

Merdon bekijkt de foto en zegt: “Goh, wat leuk.” Daarna nemen ze afscheid.
Thuis aangekomen stopt Merdon vijf zaden in zijn tuintje, en denkt na over waar hij de andere zaden in de grond zal stoppen. Stel je voor dat er straks vijftien pompoenplanten met pompoenen van anderhalve meter aan elke plant groeien, dan is de tuin veel te klein. Daarop doet hij een pompoenpit bij de ene buurman in de tuin, en eentje bij de andere buurman. De rest doet hij her en der in de gemeentetuin. Hij zoekt één pompoenpit uit, en elke nacht, als iedereen slaapt, sluipt Merdon uit zijn bed, en gaat naar de pompoenplant om de leus voor de pompoen te zingen.
Na een week zijn alle pitten uitgekomen, en degene die Merdon heeft uitgezocht voor hun tuin heeft al een pompoentje. Die ene pompoen groeit duidelijk sneller dan de rest, soms wel twintig centimeter per dag. Na een maand is hij al zes keer groter dan de andere pompoenen.
Op een zomerdag, drie maanden later, is Merdon in de tuin, en hij is benieuwd hoe de pompoen zal smaken. Met een mes snijdt hij er een stuk uit.
“Mmmm, best lekker. Een beetje zoet.”
Dan neemt hij nog een stuk. Na drie stukken heeft hij wel genoeg gehad, en als hij het gat in de pompoen ziet krijgt hij een idee.
“Ik ga hem helemaal uithollen en dan heb ik een pompoenhuisje.”
Zo gezegd zo gedaan. Bij het uithollen heeft hij zo veel vruchtvlees dat hij veel moet weggooien, maar een vijfde deel heeft hij bewaard in de koelkast, die tot over de nok toe vol zit. Om de laatste scheppen vruchtvlees in de koelkast te doen, doet hij de deur niet verder open dan op een kiertje, omdat de rest van de pompoen er anders uit valt. De laatste schep drukt hij vast in de kier van de koelkastdeur, en met de lepel druk hij het door de kier heen in de overvolle koelkast.
Als hij weer in de tuin is besluit hij om in de pompoenhut te gaan zitten. Na tien minuten wordt hij misselijk van de zoete geur. Uit huis haalt hij vijf bussen haarlak van zijn broer, en deze spuit hij leeg tegen de binnenwand van de pompoen. Hij merkt dat het helpt, de geur kan niet meer van de binnenwand afkomen. “Dit moet ik aan Nathalie vertellen.” Denkt hij, en belt haar op. Hij vertelt over de pompoen en Nathalie wordt erg nieuwsgierig en vraagt of zij de pompoen mag zien.
“Tuurlijk.” Zegt Merdon, en even later belt Nathalie aan.
“Hoe krijg je die zo groot?” Vraagt Nathalie, als ze in de achtertuin bij de pompoen zijn.
“Dat is een geheim tussen mij en een politieagent.” Zegt Merdon.
“Geheimzinnig hoor.”
Merdon haalt een pompoenschijf van een meter uit de pompoen en ze zien de binnenkant van de grote holle pompoenhut. Aan de zijkanten heeft Merdon het vruchtvlees zo weggesneden dat er zitbankjes zijn ontstaan. Nathalie en Merdon stappen in, en gaan zitten.
“Het is hier wel frisser dan buiten de pompoen.” Zegt Nathalie.
“Ja, lekker koel.” Zegt Merdon.
Terwijl ze erin zitten begint de pompoen naar rechts te wankelen.
“Hoe kan dat nou?”
De pompoen wankelt daarna de andere kant op.
“Wat is dit?” Vraagt Nathalie.
“Weet ik niet.” Zegt Merdon. Dan doet Merdon de schijfdeur van de pompoenhut iets open, en zien ze dat ze niet meer op de grond staan. Dan gaat de pompoen verder omhoog de lucht in.
“Als dit maar goed komt.”
Na tien seconden zijn ze zo hoog dat ze er niet meer uit kunnen springen. Ter hoogte van het dak van het huis drijft de pompoen af naar het bos, dat twee kilometer van het huis vandaan is. Met een snelheid van rustig fietsen vliegen ze schuin naar de toppen van de hoge bomen van het bos.
Bij de boomtoppen aangekomen verminderd de pompoen vaart en zweven ze langzaam verder. Als ze naar beneden kijken kunnen ze door de grote bladeren die aan de bomen vastzitten, de zandgrond van het bos niet zien. Langzaam daalt de pompoen en rust op een groot blad. Om hun heen zien ze allemaal groene vlinders. Ze zijn ongeveer zo groot als een schoolbord.
“Wat gaaf, we zijn wel eens door dit bos gelopen, maar dat er zo hoog zulke vlinders leefden heb ik nooit geweten.”
Een vlinder komt naar hun toe gevlogen. Er zit (rijdt) een klein bruin paardje met grote witte vlekken op. Terwijl ze naar de zwevende vlinder kijken voelt Merdon ineens dat de wand van de pompoen, waar zij in zitten, van achteren tegen zijn nek wordt gedrukt. Als hij iets opzij gaat zitten ziet hij het hoofd en de tanden van een rups, die hun pompoen gevonden heeft. De rups zit zich vol te eten. Merdon pakt een bus haarlak die nog in de pompoen ligt, en spuit op de kop van de rups. Het dier trekt zich terug. Meteen daarna begint de pompoen een stukje te vliegen en de rups kan niet meer bij hen komen. Als ze naar hun oude landingsplaats kijken zien ze drie rupsen en ze roepen zachtjes, “Eten, eten, eten.” De vlinder met het bruine paard en de witte vlekken erop die ze net aan zagen komen vliegen landt twee meter naast Nathalie en Merdon op een groot blad.
“Wat zijn jullie hier eigenlijk aan het doen?” Vraagt Merdon.
“Dit zijn de buikvlinders antwoordt het paard. Deze vlinders zorgen ervoor dat de mensen vlinders in hun buik krijgen als ze verliefd zijn.”
“Hoe doen ze dat dan?”
“Ze maken snuifdruppels. s’Nachts vliegen ze over de huizen en dan verliezen ze snuifdruppels. De snuifdruppels voelen zich aangetrokken door mensen die een ander heel erg aardig vinden. Als damp worden ze dan door de mensen ingeademd, en veroorzaken het gevoel van vlinders in de buik. Alleen er zijn nu te weinig vlinders, omdat de rupsen niet genoeg te eten hebben. Ze groeien te langzaam waardoor het te lang duurt voordat ze vlinder zijn en eieren kunnen leggen.
Gelukkig komen er rondom deze tijd van het jaar altijd de vrije pompoenen, zodat de rupsen kunnen eten en er meer vlinders komen.”
“Een vrije pompoem?”
“Ja, jullie zitten nu in een vrije pompoen.”
”Hebben ze genoeg aan deze ene pompoen? ” Vraagt Merdon.
“Nee, als je terug gaat, en de vrije leus zingt, dan zorgt de reuze pompoen ervoor dat alle andere pompoenen hier naartoe zweven.”
Zonder dat ze er erg in hadden is de pompoen opgestegen en beweegt zich naar de tuin van Merdon. Het is al aardig donker geworden. Boven de tuin zingen Nathalie en Merdon de leus. Ze zien alle, wel vijftig pompoenen, opstijgen en naar het bos toe vliegen.
Een jongen uit hun klas, Banold, staat slaperig met grote ogen voor het raam te kijken. Gelukkig blijft de pompoen, waar Nathalie en Merdon in zitten, bij de tuin, en vliegt die niet opnieuw naar het bos.
Oeps! Nathalie zakt met een been door de bodem van de pompoen. Merdon merkt dat de wand van de pompoen erg zacht is geworden. Na het uithollen is de pompoen snel gaan rotten, en eigenlijk ruikt Merdon dat nu ook. Oeps! Merdon zakt met beide benen door de pompoen. Dan begint de pompoen snel te dalen en als ze bijna weer op de grond zijn zakken Nathalie en Merdon door de pompoen heen. Het gaat allemaal net goed.
“Getsie.” Zegt Nathalie, “Ik zit eronder.”
“Wat een smeerprut.” Zegt Merdon.
Als Nathalie en Merdon de volgende ochtend op school zijn doet de leraar een mededeling.
“Helaas gaat de spreekbeurt van Banold niet door. Hij heeft zich ziek gemeld. Hij zegt dat hij vannacht zo ziek was, dat hij buiten wel vijftig pompoenen heeft zien vliegen. Zijn temperatuur heeft hij nog niet gemeten, maar het moet wel hoog zijn.”
De klas begint te lachen. Nathalie en Merdon lachen mee en geven een knipoog naar elkaar. Dan wrijven ze allebei over hun buik. Dat doen ze niet omdat ze pijn in de buik hebben van het lachen, nee, ze voelen vlinders in hun buik. Ze zijn verliefd.

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Keees van de Drieees

Geplaatst op

31-05-2015

Geef uw waardering

Er is 10 keer gestemd.

Social Media

Tags

Kortverhaal Sprookje Verhaal

Reacties op ‘De vliegende pompoen’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

Ik ga akkoord met de voorwaarden (opent in nieuw venster)

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »