Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

De magie van de dans

Ze leefden diep in het oerwoud, waar de bomen tot aan de hemel leken te groeien, zo hoog waren ze. Het was een mooie plek, vonden ze, met hier en daar een open ruimte met gras, met struiken en mooie bloemen die, tegen de avond, zo heerlijk geurden. Het was een groep van wel 60, maar dat kon je niet precies zeggen; ze sprongen zo vlug van tak tot tak, dat ze eigenlijk niet goed te tellen waren. En ... ze leken ook allemaal op elkaar; allemaal dezelfde gezichten, oren, en handen; allemaal ronde donkere ogen en allemaal een donkerbruine vacht.
Behalve die ene ...

Hun dagen vulden ze met spelen, elkaar vlooien, vruchten en eetbare bladeren zoeken, en met veel slapen. Hun bedden waren nesten van takken en bladeren, goed verscholen tussen de takken van de hoge bomen, zo hoog dat geen enkel roofdier hen kon bedreigen terwijl ze sliepen.

Namen hadden ze niet, en alleen de moeders wisten wie hun kinderen waren, net zoals de kinderen wisten wie hun moeder was. Zo gaat dat, bij apen.
Behalve bij die ene.

De jonge apen speelden graag en veel; ze braken takken af en plaagden elkaar ermee, ze sloegen ermee tegen de stammen van de bomen, ze gooiden vruchten naar elkaar, trokken aan elkaars staart, deden wedstrijden wie het verst kon springen, wie erg moedig was, of erg snel. Alle jonge apen speelden.
Behalve die ene.

Vaak regende het hard in het oerwoud, bijna iedere dag wel, een uurtje voordat de avond zou vallen, soms 's nachts. Dan schuilden de jonge apen bij hun moeders, dicht tegen haar borst, in de zachte lange haren die daar groeien. Zij werden door hun moeder warm en droog gehouden en beschemd.
Behalve die ene.

Ik zie dat je nu wilt weten wie die ene is, die niet met de groep mee mocht doen; die altijd alleen haar eten moest verzamelen, die alleen in haar bed van takken en bladeren lag, en die geen moeder had om bij te schuilen.

Ze was ook een aap, een meisje, maar groter dan zelfs de grootste donkere moederaap; haar vacht was niet donkerbruin maar rood-blond, en haar ogen waren kleiner en ze waren ook niet erg bruin. Háár ogen waren van een soort groen, met lichtbruine vlekjes erin.
Alle apen vonden haar vreselijk lelijk en erg onhandig ook nog. Ze joegen haar weg wanneer ze probeerde óók mee te spelen. Wel plaagden ze haar vaak, sloegen naar haar of probeerden haar te bijten.

Zij had dus ook geen naam, dat meisje. Als je wilt mag je er zelf een voor haar bedenken.

Het was ochtend en het had die nacht lang en hard geregend. Het meisje werd nat en hongerig wakker in haar nest. Ze moest eten gaan zoeken en proberen warm en droog te worden. Ze liet zich uit haar boom zakken langs een dikke liaan en was blij om te zien dat de zon scheen op de open plek; dáár kon ze zich warmen. Het was nog vroeg, de anderen sliepen nog. Ze was daar blij om want nu werd ze even niet geplaagd.
De honger was groot, en ze liep het oerwoud in; ze wist heel goed waar ze de lekkere zoete bessen en vruchten kon vinden en welke bladeren niet bitter smaakten. Ze was niet bang om daar alleen te zijn en vond al snel wat lekkers om te eten. Ah, verderop! Wat een grote rode vruchten, en nóg verderop. Zo dwaalde ze steeds verder weg van de groep; ze at, en dronk van de dauw op de bladeren.

Opeens bleef ze staan, maakte geen enkele beweging. Wát ligt daar ... op de grond?
Een dier? Nee, het leek niet op de dieren die ze kende. Het bewoog niet. Ze stak haar neus in de lucht en snoof: die geur kende ze niet. Dat wat daar lag kende ze niet. Waarom was ze dan niet bang?
Heel voorzichtig, voetje voor voetje, sloop ze dichterbij. Ze ging er naast zitten en met één vinger raakte ze het aan. Nat, en koud. Ze vroeg zich af of het een dood ding was. ..

Ze zat daar en keek en dacht na. Het heeft een hoofd, dacht ze, en oren; het heeft benen en armen met handen eraan. Toch is dit geen aap. Hij was zelfs nog veel langer dan zijzelf. Toen zag ze een lichte beweging en begreep dat het ding niet dood was. Snel verzamelde ze wat water op een blad en goot het voorzichtig in zijn mond. Twee blauwe ogen keken haar aan ...

Blauwe ogen?? Ze kneep haar ogen stijf dicht en dacht. Ze zocht in haar hoofd naar de herinneringen die alle apen met zich meedragen, al denken ze daar anders nooit aan. Herinneringen die van grootmoeder, naar moeder naar kind worden doorgegeven. Ze had geen moeder, maar in haar hoofd woonden toch ook herinneringen. ..

Dit - wist ze opeens - dit is ... een mens!

Nu denk je natuurlijk dat ze opeens wél bang was, maar nee dat was ze niet. Ze tilde zijn hoofd en een stuk van zijn lichaam op en legde het tegen haar borst. Ze sloeg haar armen om hem heen. Deze mens moest warm worden. Links en rechts plukte ze wat vruchten en gaf ze hem; hij at ze meteen op. Net als zij die ochtend was deze mens nat en hongerig. Net als zij was deze mens alleen.

Ze zag zijn gezicht vertrekken en zag witte tanden; bij apen wist je dan meteen dat ze boos of angstig waren, maar zij voelde dat deze mens dat niet was. Hij maakte geluiden die ze niet begreep. Terug naar de herinneringen: ahhh, ja. Dit was een glimlach; mensen doen dat wanneer ze blij zijn. Ze probeerde zijn glimlach na te doen, maar zag dat hij dat niet leuk vond. Ach, ik begrijp het wel, dacht ze, ik ben ook zo lelijk...

Lang zaten ze daar, zij en deze mens. Ze gaf hem meer water en meer vruchten en hij werd droog en warm. De zon stond al veel hoger aan de hemel en zij wist dat ze van deze plek weg moesten gaan; de roofdieren zouden kunnen komen. Ze duwde tegen hem en hij begreep dat hij moest opstaan. Ze steunde hem en toen hij stond was hij twee keer zo lang als zijzelf. Ze sloeg haar arm om hem heen om hem te helpen bij het lopen en langzaam - erg langzaam - werd de terugweg naar de groep gemaakt. Soms keek hij op haar neer en glimlachte; zij glimlachte maar niet terug ...

Daar was de open plek met gras, daar waren de apenkinderen nu aan het stoeien. Toen ze het meisje en de mens zagen begonnen ze allemaal te krijsen en gingen zo snel ze konden hoog in de bomen zitten; het deed het meisje plezier om te zien dat zij bang waren.

Daar stond de mens in de zon en ze kon zien dat hij zich mooi en soepel bewoog. Zijn handen kon hij bewegen als vogels hun vleugels. Ze zaten daar in de zon en keken naar elkaar.

Dagen gingen voorbij. De mens werd sterk en kon zijn eigen eten zoeken; hij was lenig en kon via de lianen zijn bed van takken en bladeren vinden.

De groep wende aan hem en niemand was meer bang voor hem. Hij luisterde graag naar het trommelen van de stokken tegen de boomstammen, het spel van de jonge apen. Hij nam ook een stok en sloeg ermee tegen een boom. De apen waren verbaasd, want zo hadden ze het nog nooit eerder gehoord. Toen hij twéé stokken nam om ermee te trommelen gingen de apen het ook proberen. Zo leerden zij langzaam hoe het moest en ze vonden het mooi.

Toen de jonge apen goed konden trommelen ging de mens naar de open plek in het woud en begon te bewegen. Wat was iedereen verrast -- zo snel gingen die benen, zo mooi bewogen die armen, zo sierlijk die handen. Dát was leuk spelen! Al gauw gingen de kleintjes meedoen, en de mens liet dan heel vaak zijn tanden zien.

Dag na dag dansten de mens en de apen; steeds beter dansten de apen. Het meisje met de rood-blonde vacht wilde ook graag meedansen, maar ze werd weggejaagd. Ook hieraan mocht zij niet meedoen. Vanaf de rand van de open plek keek ze, iedere dag, en wanneer iedereen sliep deed ze de dansbewegingen na; hoe sierlijk waren ook haar armen en handen. Hoe verdrietig was ze dat ze niet mee mocht doen.

Het was laat op een avond, het meisje was onrustig, ze kon maar niet in slaap vallen.. Kwam het door de volle maan? Het zilveren licht toverde het groene gras om in glanzend grijs. Zachtjes, om niemand wakker te maken, verliet ze haar boombed en liep naar het midden van de open plek. Daar stond ze, zo recht als ze kon en bewoog haar armen en handen zoals ze het de mens had zien doen. Haar voeten maakten de passen. Zonder trommels, alleen in het zilveren licht van de maan danste zij en liet haar handen bewegen als de vogels hun vleugels.

Ook de mens kon die nacht niet slapen. Hij stond in de schaduw van zijn slaapboom en keek naar het dansende meisje. Hij wist dat ze nooit had mogen meedansen en toch kón ze het, bijna zo vloeiend en elegant als hijzelf danste.

Ze hoorde zijn stem; ze zag hoe hij naar haar toeliep, twee handen naar haar uitgestoken; hij wenkte haar en ze wist dat hij wilde dat ze met hem samen zou dansen.
Ze boog haar hoofd, kruiste haar armen voor haar borst. Hij stond tegenover haar en deed hetzelfde. Langzaam en oh zo vloeiend bewogen de armen, vormden de handen de prachtige figuren in het zilveren licht. Zo dansten zij - het meisje en de dansmeester; hun handen elkaar soms rakend. Intens was het zilveren licht, het leek haar te kleden als in een glanzende jurk - zijde en tule.

Steeds rechter werd haar rug, langer haar benen, haar rood-blonde vacht werd een glanzende blanke huid; haar haar een gordijn van ragfijn goud; steeds dichter kwamen haar groen-bruingevlekte ogen dichter bij zijn blauwe ogen. Verwondering en verrukking glansde in hun ogen Al dansend, op het ritme van de trommelstokken, die zij niet hoorden maar in hun hart voelden, veranderde zij terug in wie ze ooit was - voordat ze door een gemene heks betoverd werd - een prachtige jonge vrouw, een prinses.
Hij zei hoe goed ze danste, hoe heel erg mooi ze was --en oh wonder, ze verstond hem. De dans was gedanst, bewegingsloos stonden ze daar en hij zei: 'Mijn naam is Xander' .
Ademloos, een magisch moment: ze glimlacht....'ik heet Mirene, zegt ze'.

Noemen we dit verhaaltje een sprookje? Sprookjes beginnen altijd met: er was eens ....en eindigen altijd met: en ze leefden nog lang en gelukkig.

Zullen we dan maar geloven dat de prinses haar dansmeester meenam naar haar paleis en dát ze nog lang en gelukkig leefden?

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Irene O.

Geplaatst op

06-02-2016

Over dit verhaal

Is dit een sprookje? Zeg jij het maar.

Geef uw waardering

Er is 13 keer gestemd.

Social Media

Tags

Aapjes

Reacties op ‘De magie van de dans’

  • Hoe verzin je het, Sevgilim. Waar haal je het vandaan? Irene Grimm.

    Gevene - 10-02-2016 om 11:32

  • Of Andersen. Dit verhaal werd geboren in Turkije, waar een groep kinderen uit Azerbeidzjan optraden met traditionele dansen in traditionele kleren. Ook een meisje was erbij met een feeënjurk aan. De jongste zal 5 geweest zijn en de anderen onder de 10. Zo snel dansten ze, en de kleinsten waren net aapjes. Die nacht heb ik het verhaal in mijn hoofd geschreven en heb er allemaal aapjes van gemaakt. De handgebaren heb ik afgekeken, ik kan mijn handen en armen nu ook zo mooi bewegen wanneer ik "Turks" dans

    Irene O. - 10-02-2016 om 11:37

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 13-05 - Ik wilde op vakantie: ideeën om te besp...

    Ik wilde op vakantie: ideeën om te besparen Ik ben al twee jaar student en weet inmiddels dat ik goed op mijn uitgaven moet letten. Niet alles kan in financieel opzicht. So...

  • 06-05 - Reis naar Zuid-Amerika; geweldig ervarin...

    Ik zag mezelf daar al zitten: op het witte strand van een bountyeiland, de zandkorrels kietelig tussen mijn tenen schurend terwijl ik kleine maar frequente nipjes van een Nicaragua...

Bekijk oudere nieuwsberichten »