Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

Wat?

Ze verschenen in de reusachtige romp van het ruimtevoertuig tegelijk met een aantal anderen. Het kind keek met grote ogen om zich heen terwijl de man weg liep. Deze laatste besefte dat de jongen hem niet volgde en draaide zich om. Na dat hij de jongen geroepen had en hem gezegd hem onmiddellijk te volgen liep hij verder. Sam struikelde achter Omar aan terwijl hij de omgeving goed in zich opnam.
Omar stopte voor de deuren van de romp en draaide zich om, om te zien hoe ver zijn nieuwste aanwinst nog van de deuren verwijderd was en verbaas-de zich er over dat de jongen vlak achter hem stond. Hij draaide zich naar de wachters die bij de poort stonden en vroeg om doorgang.
‘Het spijt ons heer Omar, maar zo als u weet mogen we geen mensen en slaven binnen laten’ Was het onmiddellijke antwoord. Omar keek met ge-fronste wenkbrauwen naar het kind dat naast hem was komen staan en glim-lachte toen.
“Wat denk je Sam, Wil je hier blijven?” De jongen keek over zijn schouder en schudde zijn hoofd “Nee Omar” Verbaast keek hij de man aan en vroeg ‘Wat was dat nou?’
‘Niks om je druk over te maken’ en tegen de wachters ‘nou?’
‘U kunt passeren.’ De deur schoof open terwijl de wachters opzij gingen, Omar spoorde de jongen aan hem te volgen en liep verder.
‘Wat was dat?’ Sam rende bijna om de man bij te houden en op gelijke hoogde met hem te komen. Omar negeerde het kind en versnelde zijn pas waardoor Sam achter hem kwam te lopen.

‘Omar, wat heb je nou weer mee gebracht? En wat doet een toekomstige slaaf in de gangen?’ De eigenaar van de stem die had gesproken stapte de hoofdgang in. De man was goot en droeg kleren die Sam vreemd voor kwamen en de spreker volkomen omhulden. Sam was beledigd en voelde een vreemde warmte vanuit zijn buik omhoog borrelen, hoe durfde die vreemdeling hem een slaaf te noemen? Hij had het gevoel dat hij zou barsten door de vreemde kracht toen Omar een hand op zijn schouder legde, op het zelfde moment voelde hij de energie zijn lichaam verlaten en verloor hij het bewustzijn.


‘Ja, ik heb zijn energie gevoeld Omar.’ Zei de man zuchtend ‘maar hij kan net zo goed een kind van een ander magisch ras zijn. Kijk naar zijn oren, je kunt niet ontkennen dat ze meer op die van een elf lijken dan op die van een van ons.’ Sam deed zijn ogen open en krabbelde overeind zonder dat de twee mannen het merkten. Hij sloop naar de open staande deur en wilde zich de gang op wagen toen Omar zich omdraaide: “Waar ga je heen Sam?” De jongen verstijfde voor dat hij zich langzaam omdraaide en Omar recht in de ogen keek. “naar waar ik volgens hem thuis hoor, het ruim.” Het was een gewaagd antwoord. Sam hield dan ook zijn adem in en wachtte op de reactie van Omar of die van de andere man die hem bedachtzaam bekeek. Een glimlach verscheen op het gezicht van de man. Hij draaide zich naar Omar: ‘Laat hem in het ruim verblijven, we zullen zien hoe lang hij het daar vol houd.’ Hij wachtte even en zijn glimlach verbrede zich: ‘Voor al nu de slaven hem onze verblijven binnen hebben zien gaan.’

Sam draaide zich om en keek naar deur die zich onmiddellijk na zijn door¬gang gesloten had. Snel liep hij langs de wand van het ruim om achter in de reusachtige ruimte een plekje te vinden waar hij ging zitten om de mensen te observeren die zich in het ruim bevonden. Sam besefte dat ze allen zeer verschillend waren: jong en oud, mooi en lelijk, donker en licht, maar dat ze allen ook het zelfde lot deelden: slaven worden van wezens die zich boven de andere soorten verheven voelden. Een huilend kind deed hem uit zijn mijmeringen opschrikken.

Iemand kwam naast hem zitten, hij keek op en staarde in het gezicht van een onbekende jongen. ‘Ben jij een van hen?’ Sam staarde de jongen een paar seconden niet begrijpend aan voor het hem begon te dagen en antwoorde: ‘Een slavendrijver, ik? Nee’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat bedoelde ik niet, be-hoor jij tot hun ras?’ de jongen keek hem met een strak gezicht aan terwijl Sam probeerde te bevatten wat de jongen hem had gezegd. ‘Het spijt me,-’ zei de jongen tenslotte en vervolgde, ‘-je lijkt net zo onwetend te zijn als de mensen hier. Ik heet trouwens Sven en misschien moet ik je maar vertellen wat hier aan de hand is.
Dit is een voertuig van de Extreliens, wezens die zich boven alle anderen verheven voelen en het gehele intergalactische transport monopoliseren. Het zijn beruchte slavendrijvers. Ik vraag me af waarom ze je in hun verblijven binnen gelaten hebben als je niet een van hen bent -’ Besloot Sven bedachtzaam.

‘He, jochie, wat wilden die mensen van jou?’ De twee jongens schoten overeind en keken naar de kleine groep mensen die om hen heen stonden en Sam aanstaarden. ‘Wat -’ de jongen keek verbijstert naar de spreker die drei-gend op hem af kwam. ‘Doe maar niet als of je niks weet, je bent een van hen-niet waar en je zit hier om te zien hoe we reageren op deze samen pakking.’De man deed nog een stap naar voren. Sam deed onwillekeurig een stap naar ach-ter en keek verwildert naar de man en de groep mensen die zich achter hem opdrongen. ‘Waarom zou ik dat doen? -’Weer deed hij een stap achteruit. ‘Gaweg, je…komt te dicht bij!’ De energie die losgelaten werd met die schreeuw was groot genoeg om de man achteruit te smijten. Ook de mensen van de groep achter de bedreiger werden achteruit geworpen. Net als Sven die de opstekende storm met Sam in het midden net zomin kon bedwingen als wie dan ook van de anderen.

Een figuur echter, drong zich tussen de menigte door zonder zich door de wind tegen te laten houden.

De hand die op zijn schouder werd gelegd ging vergezeld door een rust gevende warmte die zich snel door zijn lichaam verspreide, de jongen kwam langzaam tot rust en de storm ging liggen. ‘Kom mee nou’ De man leidde de jongen met zachte dwang tussen de langzaam herstellende mensen door, naar de reusachtige deuren. Het kind was te versuft om zich te verzetten laat staan zich aan de greep van de man te ontworstelen. Toen ze bij de deuren kwamen was de jongen echter genoeg bij zijn positieven gekomen om zijn hoofd om te draaien en de menigte af te zoeken. Zijn blik kruiste die van Sven. Wat hij in de ogen van zijn vriend zag deed zijn hart sneller slaan. De ogen van de jonge elf drukten zijn verdriet en teleurstelling uit. Sam was er zeker van dat Sven zich verraden voelde en hem nooit zou vergeven, hij was immers met de man van de Extreliens mee gegaan.
De deuren waren inmiddels open en Sam voelde de zachte druk van de hand toen de man verder liep en hem mee voer door de gangen, weg van het ruim.

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Puberbeer

Geplaatst op

12-12-2012

Over dit verhaal

deel 2 van Extreliens

Foto's

Geef uw waardering

Er is 6 keer gestemd.

Social Media

Tags

Eigenaar Extreliens Wenkbrauwen

Reacties op ‘Wat?’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »