Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

De Klas van Daniël H 3: De Verhuizing

Een paar dagen later zit de familie aan tafel en Mark neemt het woord: 'Kinderen, ik heb goed nieuws en misschien minder goed nieuws. Het goede nieuws is dat ik een nieuwe baan heb. En het minder goede nieuws is dat we zullen moeten gaan verhuizen, want mijn nieuwe baan is ongeveer 125 kilometer Noordwestelijker in het land.'
'Is dat ver, 125 kilometer?' vraagt Saar.
'Dat betekent dat ik mijn vrienden niet meer kan zien,' merkt Daniël op.
'Je kunt ze natuurlijk wel een keer uitnodigen, maar inderdaad, je zal ze niet veel meer kunnen zien.'
'Hebben ze daar ook paarden?' vraagt Saar. 'Ik vind paarden heel lief en pony's nog veel liever.'
'Dat is geen punt. We kunnen daar op zoek gaan naar een manege.'

Binnen een paar weken hebben ze een mooi huis gekocht en hun oude huis kunnen verkopen.
'We hebben erg veel geluk gehad dat het allemaal zo snel is gegaan,' zegt Mark als hij samen met Esther op de bank koffie aan het drinken is.

Dan is het zover, de spullen zijn gepakt en de familie vertrekt naar hun nieuwe huis. Saar heeft een plantje uit de tuin meegenomen als aandenken.
'Ik wou de kat van de buren meenemen,' zegt Joey. 'Ik heb wel eens gehoord dat katten, zelfs als ze heel ver weggebracht worden, zelf de weg terug naar huis kunnen vinden. Ik zou dat wel eens willen zien. Jammer genoeg kreeg ik hem niet te pakken.'

'Zou jij het leuk vinden als ze jou ergens naar toe zouden brengen, 125 kilometer verderop, en dat je dan zelf de weg naar huis terug zou moeten vinden?' zegt Daniël om het op te nemen voor de kat.
'Stil maar, ik kreeg hem niet te pakken, hij was veel sneller dan ik. Ik kan nog niet zo hard lopen, maar als ik wat groter ben dan gaat het me wel lukken.'

Ongeveer twee uur later komen ze aan in hun nieuwe dorp. Het is niet veel groter dan het dorp waar ze vandaan komen.
'Hier zijn we dan, ons nieuwe dorp!' zegt Mark.
'Daar is een grasveld, we kunnen daar gaan voetballen,' zegt Joey.
'Er zijn ook veel bomen en daar verderop is een groot bos, hier kan ik misschien een nog grotere boomhut maken,' zegt Daniël terwijl hij de hut al voor zich ziet.

De volgende dag, vrijdagochtend, is de familie al vroeg op.
'Wanneer gaan we eigenlijk naar de nieuwe school?' vraagt Daniël.
'Ik heb met jullie nieuwe school afgesproken dat jullie pas maandag voor het eerst komen, zodat jullie vandaag nog wat tijd zullen hebben om jullie kamers in te richten,' antwoordt Mark.
'Ik vind het eigenlijk best leuk om naar school te gaan, ik kan allemaal nieuwe dingen leren en ook nog veel spelen,' zegt Saar.
'Wat dat spelen betreft: daar zal je wel minder tijd voor hebben, want je bent nu al wat groter,' zegt Esther.
Joey hoopt dat ze op de nieuwe school computerles krijgen.

Het is maandagochtend, tijd voor de kinderen om naar school te gaan.
Esther roept de kinderen: 'Opstaan!'
'Ik blijf nog even in bed,' roept Joey.
Even later komt Daniël de kamer van Joey binnen.
'Hé luilak, kom snel, anders kom je te laat en dan kan je de eerste dag al gelijk nablijven!'
'Ja, ja..., ik kom al'
Als Joey eindelijk klaar is lopen ze vlug de deur uit.
'Nou, veel plezier op school,' roept Esther ze na.

Op school stelt de meester Daniël voor aan de klas.
'We hebben een nieuwe jongen in de klas, hij heet Daniël.'
Jullie mogen je even voorstellen en omstebeurt jullie namen zeggen.
'Milan, Floris, Luuk, Sophie, Esmee, Teun, Tim, Liam, Jasmijn, Samuel, Bram, Pepijn, Jayden, Ruben, Thijs, Lars, Sem, Yan, Eva, Maud, Fleur, Anne, Finja, Noor, Emma, Safiya.

'Kom je hier uit de buurt?' vraagt Bram.
'Nee.'
'Wat doet jouw vader?' vraagt Liam.
'Hij werkt op kantoor, hij heeft een nieuwe baan en daarom zijn we hier naar toe verhuisd.'
'Heb jij ook een broer of een zus?' vraagt Fleur.
'Ja, ik heb een jongere broer: Joey, en een jongere zus: Saar.'
'We gaan beginnen met de les,' onderbreekt de meester. 'Jullie kunnen straks in de pauze verder kennis maken met Daniël.'

Tijdens de pauze stapt Daniël op Bram af.
'Jij heette Bram toch, klopt dat?'
'Ja dat klopt.'
Bram is een sterke jongen. Zijn ouders hebben allebei een goede baan, maar helaas voor Bram zijn ze een paar maanden geleden gescheiden. Bram is ervan overtuigd dat het niet meer goed komt. Hij heeft het daar erg moeilijk mee, maar kan daar met niemand over praten.
'In het dorp waar ik vandaan kwam heb ik samen met andere vrienden een boomhut gemaakt,' zegt Daniël, 'misschien dat je dat ook leuk vindt, om samen met mij een boomhut te bouwen?'
'Misschien.'

'En, hoe was jullie eerste schooldag?' vraagt Esther belangstellend.
'De juf is heel lief,' antwoordt Saar.
'En de andere kinderen?'
'Die zijn ook best aardig.'
Joey zegt met een lichte teleurstelling in zijn stem dat er in zijn klas geen computers zijn.
Dan vraagt Esther aan Daniël of hij het leuk vond op school.
'Ja hoor, even wennen.'

Op het eind van de middag komt Mark terug van zijn werk.
'Hoe was jouw eerste werkdag?' vraagt Esther.
'De eerste indruk was goed, het lijkt me een leuke afdeling. Ik voel me eigenlijk best op mijn plek. Het salaris is trouwens ook niet verkeerd, we zijn er een stuk op vooruit gegaan.'

'Dan kunnen we deze zomer toch op vakantie?' vraagt Joey.
'Ja hoor, als alles blijft zoals het is, dan kunnen we gewoon op vakantie gaan.'
'Leuk, dit jaar wil ik ook weer met mijn snorkel onder water zwemmen,' zegt Joey.
'Maar zo ver is het nog lang niet, het jaar is nog maar net begonnen,' lacht Mark.

De volgende ochtend maakt Daniël op het schoolplein kennis met Teun.
Teun is een verlegen jongen. Hij staat vaak alleen en heeft moeite om vrienden te maken. Hij vindt het niet leuk op school.
'Jij heet Teun, is het niet? Weet jij of er hier een voetbalclub is?'
'Ja, ik zit er zelf ook op.'
Jayden, Bram en Liam komen dichterbij staan. Jayden is de sterkste van de klas en iedereen kijkt tegen hem op. Zijn ouders zijn een aantal jaren geleden gescheiden. Zijn vader, die te veel dronk, heeft zijn gezin met heel wat schuld achtergelaten. Hij leeft nu met zijn moeder en ze zijn arm.
'Teun zit in een lager team dan wij,' zegt Jayden. 'Hij kan niet goed voetballen, en bovendien is hij sloom.'
'Dat is niet aardig om zoiets te zeggen!' reageert Daniël verontwaardigd.
'Durf jij zomaar een grote mond te hebben?' vraagt Bram dreigend.
'Ik heb geen grote mond, ik zeg alleen wat ik denk,' antwoordt Daniël.
Jayden en Bram lopen weg.

Liam kan goed voetballen en dat is dan ook zijn favoriete bezigheid. Hij probeert vrienden te zijn met Jayden, Tim en Bram.
'Ik zou maar een beetje oppassen als ik jou was,' adviseert Liam. 'Jayden is de sterkste van de klas.'
'Het is niet mijn bedoeling om hem boos te maken.'

'Pak jullie taalboeken maar, we gaan verder met de taalles,' spreekt de meester de klas toe. 'Wie wil er lezen?
Niemand...? Sophie begin jij dan maar.'
Sophie leest een stukje voor uit het taalboek.
'Dank je wel, Sophie. Eens even kijken, Teun, kan jij verder lezen?'
Hij begint te lezen.
'Teun, de meester zei 'lezen' en niet 'stotteren,' fluistert Bram zachtjes.
'Je hebt gelijk, Teun stottert meer dan dat hij leest,' valt Liam hem bij.

In de pauze gaat Daniël naar Teun toe.
'Doen ze wel eens vaker zo vervelend tegen jou, Teun?'
'Eigenlijk pas sinds vorig jaar, maar er zijn er hoe langer hoe meer die niet aardig tegen mij doen, zelfs soms ook de meisjes,' antwoordt Teun wat triest.
'Dat moet niet leuk voor jou zijn'.
'Dat klopt, ik ben altijd blij als het weer weekend is.'

Thuis vraagt Saar aan haar moeder of ze op paardrijles mag.
'Een meisje uit mijn klas zit er ook op.'
'Hoe heet dat meisje? ' vraagt Esther.
'Lotte. Wij zijn precies even oud, zij is in dezelfde maand jarig als ik.'
'Ik zal het er met papa over hebben.'
'En ik wil graag op zwemles,' zegt Joey.
Als later op de dag Mark binnen komt, vertelt Esther hem dat de kinderen graag op sport willen.
'Saar, wil je graag op paardrijles?' vraagt Mark.
'Ja.'
'Ben je daar nog niet wat te klein voor?'
'Er is een meisje in mijn klas die er ook op zit.'
'Rijdt zij al paard? Dat lijkt mij wel wat vroeg.'
'Op een klein paard: een pony.'
'Een pony, dat is wat anders. Goed, als je wilt kunnen we zaterdag gaan kijken.'

De volgende dag spreekt de meester op het einde van de middag de klas toe.
'Ik heb leuk nieuws.'
'Ik ben benieuwd. We zijn op school en er is goed nieuws, dat lijkt me wat tegenstrijdig,' zegt Bram.
'Inderdaad, dat zou dan de eerste keer zijn dat we op school goed nieuws horen,' vult Tim aan.
Teun probeert ook mee te praten en zegt dat het beste nieuws altijd is als er gezegd wordt dat ze vakantie hebben.
'Teun, zou jij je mond kunnen houden en de meester gewoon eens laten uitpraten!' zegt Jayden geïrriteerd.
'O, sorry,' verontschuldigt Teun zich.
'Vanochtend heb ik met de directeur gesproken,' vervolgt de meester, 'en hij zei dat we binnenkort met de hele school een dag naar de dierentuin gaan. Oké, dat was het voor vandaag, tot morgen.'
De klas loopt juichend naar buiten.
'We gaan naar de dierentuin,' klinkt het op het schoolplein.
Iedereen is blij behalve... Maud.
Daniël ziet haar staan en stapt op haar af.
Maud is een vriendelijke meid maar ze wordt niet begrepen door de anderen. Soms heeft ze de neiging om wat langdradig te vertellen. Dit wordt niet gewaardeerd door de andere meisjes.

'Maud, ben je niet blij?' Ze reageert niet, dus vraagt hij het nog een keer.
'Je lijkt verdrietig, waarom ben je niet blij?'
'Zou jij het leuk vinden om steeds alleen te zijn?'
'Heb je geen vriendinnen met wie je samen in de dierentuin rond kan lopen?'
Maud begint zachtjes te huilen.
'Nee, niemand vindt mij aardig'.
'Wel, ik vind jou aardig!'
'Maar jij bent een jongen.'
'Wat rot voor je dat je zo alleen staat,' zegt Daniël begaan.
Dan zwijgt hij. Even later gaat hij verder:
'Heb je geen broer of een zus?'
'Jawel, ik heb een zusje die vier jaar jonger is dan ik, maar zij heeft haar eigen vriendinnen.'
'Ik heb ook een jongere zus. En toch hoop ik dat je een leuke dag in de dierentuin zal hebben.'
'Ik denk dat ik die dag ziek zal zijn.'
'Wat jammer... misschien dat ik eens met de meester kan gaan praten.'
'Nee, niet doen! Dat helpt toch niet. Trouwens, dan wordt het alleen maar erger, want dan worden ze weer boos op mij.'
'Nou als ik wat voor je kan doen dan hoor ik het wel.'
'Dank je, maar het is nou eenmaal zo.'

Saar vertelt tegen Esther dat ze binnenkort met haar klas naar de dierentuin zullen gaan.
'Ja, onze klas ook,' zegt Joey, 'we gaan allemaal leuke dieren bekijken.'
'Mam, ik heb nog nooit een krokodil in het echt gezien.'
'Heb je nog nooit 's avonds onder je bed gekeken?' vraagt Daniël.
'Wat bedoel je?'
'Laat maar.'
'En ik vind het ook leuk om hele grote spinnen te gaan bekijken. Een vogelspin bijvoorbeeld,' gaat Joey verder.
'Grote spinnen! Als er hele grote spinnen in de dierentuin zijn dan ga ik er niet heen hoor!' zegt Saar verontrust.
'Rustig maar hoor, lieve zus! Die spinnen zitten veilig achter glas, je kan ze wel zien maar niet aanraken,' stelt Daniël haar gerust.
'Oh, gelukkig maar.'

Even later is Daniël alleen met zijn moeder.
'Mam, ik heb een vraag.'
'Zeg het maar, Daniël.'
'Waarom zijn mensen soms zo onaardig voor anderen?'
'Dat is een goede vraag, en er is geen makkelijk antwoord op te geven.
Maar waarom vraag je dat?'
'Nou, iedereen vond het leuk om naar de dierentuin te gaan, behalve een meisje, Maud.'
'En waarom wil zij niet meegaan?'
'Omdat zij niemand heeft om in de dierentuin samen mee rond te lopen.'
'Wat erg voor haar. Ja, dat is droevig,' antwoordt Esther begaan.
'Ik wil haar wel helpen maar ik weet niet goed wat ik voor haar kan doen.'
'Die dingen zijn niet makkelijk.'

De volgende dag aan het eind van de middag op school, verteld de meester aan de klas dat ze, buiten dat ze binnenkort naar de dierentuin gaan, er nog een ander nieuwtje is.
'U bedoelt dat we ook naar een pretpark zullen gaan?' vraagt Tim.
De meester zegt dat ze, vanaf volgende week, elke vrijdag een paar kleine oefeningen mee naar huis krijgen als huiswerk voor het weekend.
'Nee hè!' zegt Tim.
De klas is niet blij met dit nieuws.
'Ik wist het wel, toen de meester zei dat we naar de dierentuin zouden gaan, dat er iets achter zou zitten!' reageert Bram.
'Huiswerk, bah,' zegt Liam.
'Meester, daar denken wij heel anders over, wij zijn het daar niet mee eens!' zegt Eva.
'Het is voor jullie eigen bestwil,' probeert de meester de klas gerust te stellen. 'Zo zal de overgang naar de middelbare school voor jullie niet te groot zijn.'
'Meester, als het maar een paar kleine oefeningen zijn, dan is dat niet zo erg,' antwoordt Daniël.
'Een fijn weekend allemaal,' zegt de meester.
'Laat dat "fijne" maar weg', reageert Tim geïrriteerd.
Tim is ook sterk. Hij komt uit een van de vooraanstaande families van het dorp en zijn ouders zijn rijk. Zijn moeder is erg bezorgd dat hij niks tekort komt. Tim loopt rond met dure sportschoenen en ook de kleding die hij draagt is bijna altijd van een duur merk.
Tim en Jayden staan bij elkaar op het schoolplein, als Daniël eraan komt.
Jayden kijkt hem aan. 'Kijk daar heb je hem: het lievelingetje van de meester!'
'Hé Daniël, uilskuiken! Dankzij jou hebben we nu allemaal huiswerk!' zegt Tim boos.
'Daniël, het is jouw schuld!' zegt Jayden die ook boos is. 'Zullen we afspreken dat jij voor ons allemaal het huiswerk gaat maken?'
'Dat was misschien inderdaad niet zo handig van mij, sorry,' antwoordt Daniël.
'Daar hebben we nu niks meer aan,' zegt Tim.
Jayden kijkt Daniël strak aan en loopt dan samen met Tim weg.

's Avonds na het eten vraagt Saar aan haar vader of ze morgen, zoals afgesproken, naar de paarden gaan kijken.
'Ja, dat gaan we doen, en als het niet te duur is dan mag je zelfs op paardrijles of ponyrijles bedoel ik.'
'En Joey, wil jij niet op een sport?' vraagt Esther. 'Welke sport zou je het liefste willen doen?'
'Schermen.'
'Dat lijkt mij erg gevaarlijk, als jij gaat spelen met zo'n zwaard,' zegt Mark.
'Waarom wil je eigenlijk op schermen?' vraagt hij door.
'Ik wil net zo goed kunnen schermen als de ridders in de films.'
'In de meeste films hebben ze bijna altijd geweren en geen zwaarden,' zegt Daniël.
'In mijn favoriete films vechten ze meestal wel met zwaarden. Maar misschien dat ik op zwemmen ga, dat vind ik ook wel leuk.'
'Dat lijkt me in ieder geval minder gevaarlijk,' zegt Mark.
'En jij Daniël, wil je ook op een sport, op voetbal misschien?' vraagt Esther.
'Dat lijkt me op dit moment niet zo'n goed idee,' antwoordt Daniël. 'Ik denk er nog even over na.'
'Dat is prima.'



29-09-2017

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Robin

Geplaatst op

15-09-2018

Over dit verhaal

De Verhuizing

Geef uw waardering

Er is 0 keer gestemd.

Social Media

Tags

Pesten School Spanning Vriendschap

Reacties op ‘De Klas van Daniël H 3: De Verhuizing’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 13-05 - Ik wilde op vakantie: ideeën om te besp...

    Ik wilde op vakantie: ideeën om te besparen Ik ben al twee jaar student en weet inmiddels dat ik goed op mijn uitgaven moet letten. Niet alles kan in financieel opzicht. So...

  • 06-05 - Reis naar Zuid-Amerika; geweldig ervarin...

    Ik zag mezelf daar al zitten: op het witte strand van een bountyeiland, de zandkorrels kietelig tussen mijn tenen schurend terwijl ik kleine maar frequente nipjes van een Nicaragua...

Bekijk oudere nieuwsberichten »