Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

Het Land van Dromen

Het Land Van Dromen




Hoofdstuk 1
‘’Maar plots zag ze daar prins Raol en ze ontving hem met open armen. Later gingen prinses Luana en prins Raol trouwen en werden papa en mama van twee zoete kindjes; een jongetje en een meisje. Maar de gemene tovenaar Baldamor; hij leefde zijn leven lang in een kleine hol onder de grond, en mocht nooit meer naar boven komen! Einde.’’
‘’Nog één laatste verhaaltje?’’ Vroeg Lea. Nee, nee, ‘t is al erg laat! Jij hoort eigenlijk al te slapen, dondersteen! Walter; de vader van Lea – die op het randje van het bed zat - glimlachte vriendelijk naar Lea en boog zich naar voren. Hij gaf haar een dikke zoen en zei: ‘’Slaaplekker, lieverd.’’ Walter stond op en liep naar de deur. ‘’Wel gaan slapen, hè?’’, zei Walter. Hij drukte op het lichtknopje en deed vervolgens de deur dicht. Het was nu heel erg donker in de slaapkamer; je kon haast niets zien. Lea werd er een beetje angstig van. ‘’Is dat nou een slang?’’ vroeg Lea zichzelf af. Ze trok de deken verder over haar hoofd tot aan haar ogen, zodat ze alles nog kon zien. Lea keek nog eens goed naar hetgeen dat wel erg op een slang leek, en kwam erachter dat het eigenlijk geen slang was, maar haar groene boa. ‘’Maar wat nou als het een slang wordt?’’ Dacht Lea. ‘’Straks veranderd ‘ie nog in een slang… Dit is vast niet waar, ik doe gewoon mijn ogen dicht en ik ga slapen!’’ Lea deed hard haar ogen op elkaar en zei tegen zichzelf: ‘’Ik ga nu slapen!’’. Maar Lea kwam erachter dat het helemaal niet zo makkelijk was om te gaan slapen. Ze nam een grote hap lucht, hield haar adem in en kneep haar ogen weer dicht. ‘’Ik ga nu echt slapen!’’ Na vijf seconden opende ze haar ogen weer. Ze durfde eigenlijk helemaal niet zo lang haar ogen dicht te houden in het donker. Lea keek weer goed om zich heen. Ze ging zelfs rechtop zitten. Ze duwde haar handen op het bed om zichzelf iets op te tillen. Ze keek nog één keer goed om zich heen; ze dacht dat ze iemand naast de kast zag zitten. ‘’Oh nee, dat is mijn pop!’’. Ze keek uit het raam, waar de bomen voorbij haar raam waaiden. Het leek wel haast alsof er een heks op een bezemsteel zat die steeds voorbij haar raam vloog. ‘’Het zal wel niks zijn, ik moet gewoon gaan slapen!’’. Lea probeerde zichzelf gerust te stellen. ‘’Het zal wel allemaal niks zijn.’’. Lea ging weer op haar zij liggen, met haar twee handen onder haar wang. Ze had nu het gevoel rustig te kunnen slapen, en was minder bang. Lea sloot langzamerhand haar ogen, en begon al een beetje in slaap te vallen. Toen plots hoorde ze iets. ‘’Het leek wel alsof er iemand zijn hoofd stootte’’. ‘’Aargh’’, hoorde ze zachtjes. Ze was bang dat er iemand in haar kamer was, maar bedacht zich gelukkig dat het vast gedroomd was! Lea sloot expres haar ogen weer, en probeerde weer te gaan slapen; gelukkig ging dat best snel. Haar ogen gingen vliegensvlug open; het leek wel alsof ze iets over de vloer hoorde schuiven. ‘’Straks is er wel iemand in mijn kamer… Ach wel nee, dat soort dingen gebeuren alleen in enge spookverhalen.’’. Voor de zekerheid ging Lea toch maar even nog één keer goed rondkijken in haar kamer. Ze besloot rechtop aan de zijkant van haar bed te zitten. Ze ging met haar hoofd langzaam van links naar rechts, en keek goed in alle hoeken en gaten. Ze kneep zelfs een beetje haar ogen fijn om alles goed te kunnen zien. ‘’De kast… Mijn paardenknuffel… Muursticker… Poppenhuis…’’ Lea fluisterde zachtjes in zichzelf alles waar ze voorbij geweest was. Alles was nu nagekeken. Toen keek ze ineens tussen haar benen in op de grond. Ze zag een donkerpaars knoopje liggen. Ze boog naar beneden, strekte haar arm en wilde met haar hand het knoopje pakken, tot ze een andere hand heel voorzichtig zag strekken naar het knoopje en snel terugtrok onder het bed. Lea schrok zich helemaal wild en sprong als het waar terug in haar bed en trok snel de deken over haar heen. Ze was ontzettend bang en moest eigenlijk wel kijken wat er onder haar bed zat, anders kon ze nooit slapen. Lea hield haar ogen dicht, en trok heel voorzichtig de deken van zich af. Ze trilde helemaal van angst en boog haar hoofd over het bed. Ze durfde eigenlijk niet eronder te kijken maar het moest wel. Ze telde in zichzelf af: ‘’Één – twee – drie!’’ Ze dook als het waren met haar hoofd onder het bed en zag daar iemand liggen. ‘’Aah!’’, gilde Lea, en de jongen daaropvolgend. ‘’Wie ben jij?!’’, riep Lea. ‘’Ik ben Elio.’’, zei de jongen zachtjes. ‘’Je hebt me wakker gemaakt met je gegil.’’. ‘’Wat doe jij in mijn slaapkamer?’’, vroeg Lea in paniek. ‘’Ik was hier gewoon even een dutje aan het doen, ik ben zo moe.’’ Lea was helemaal overstuur, en zat te huilen.’’. Elio ging naast Lea op bed zitten en keek haar aan. ‘’Waarom huil je, meisje?’’. ‘’Ik moest gaan slapen van papa en mama en ik kon dat al niet omdat ik bang ben ik het donker; ik was steeds bang dat er iemand in mijn kamer zat, en het is waar!’’. ‘’Maar je hoeft toch helemaal niet bang te zijn in het donker? Ik ga je heus geen kwaad doen’’, vertelde Elio. ‘’Ik kan nu nooit meer slapen!’’, zei Lea overstuur. ‘’Waarom niet?’’, vroeg Elio verbaast. ‘’Vandaag ben jij in mijn slaapkamer, en ben je niet gemeen, maar morgen zit er misschien wel een monster onder mijn bed, of een spook voor mijn deur!’’. Elio was het daar niet mee eens en zei: ‘’Maar er bestaan helemaal geen monsters spoken. Je hoeft helemaal niet bang te zijn in het donker. Ik zal het je laten zien!’’. Elio grabbelde in zijn zakken naar een voorwerp. Hij haalde er een belletje uit. ‘’Ik heb dit altijd bij me, zo kom ik altijd weer thuis; thuis in het land van dromen! Je hoeft er maar drie keer mee te schudden, en je gaat erheen.’’. ‘’Ik kan helemaal niet mee! Ik moet slapen van mijn ouders.’’. ‘’Ik beloof je voor op moet staan weer terug te zijn! Ik zal je laten zien dat je helemaal niet bang hoeft te zijn in het donker. Waar ik woon, is het altijd donker. En daar leven hele vriendelijke wezens. Maar wat was jouw naam ook alweer?’’. ‘’Dat heb ik je nog niet verteld, ik heet Lea.’’. ‘’Oké Lea, klaar voor wat avontuur?’’, zei Elio enthousiast.’’ ‘’Vooruit dan maar, maar ik moet echt terug zijn morgenvroeg!’’. ‘’Reken daar maar op, Lea!’’. Oké, houd goed mijn hand vast; wat je nu mee gaat maken heb je waarschijnlijk nog nooit meegemaakt. Elio ging wijd uit elkaar staan met zijn benen. Lea keek naar hem een deed dat na. Elio moest een beetje lachen. ‘’Wat is er zo grappig?’’, vroeg Lea. ‘’Nee niks, laten we gaan! Ik tel af van vijf naar één, en dan schud ik drie keer met dit belletje.’’. Lea deed haar ogen dicht, en ze zeiden samen: ‘’Vijf… Vier… Drie… Twee… Éen…’’. Elio schudde drie keer met het belletje. Er ontstond een ronddraaiend, gat met heel veel flitsende kleuren die eruit sprongen. Het gat bracht hen naar binnen en ze kwamen terecht in een hele lange kleurrijke tunnel waar ze zwevend vliegensvlug doorheen sjeesden. 



Hoofdstuk 2
‘’Waar zijn we?’’, vroeg Lea. ‘’We zijn in het Land van Dromen, hier woon ik!’’ Ze waren in een heel donker bos. Een gigantisch bebost, heuvelachtig rijk met riviertjes en enorme watervallen. Ik de verte zag je ook houten hutjes staan, dat kon je zien aan de vuurfakkels die eraan vastzaten, die verlichten de huisjes en de omgeving daaromheen. ‘’En je kunt hier eeuwig naar de sterrenhemel staren, hier zijn nooit wolken en het is hier altijd donker.’’. ‘’Het is prachtig’’, zei Lea. ‘’Hey, ik zie nog overal licht branden, hier klopt iets niet!’’, zei Elio. ‘’Wie wonen daar?’’, vroeg Lea. ‘’Daar wonen nortols. Ze lijken als je goed kijkt wel op mensen, maar nortels zijn groen en hebben een groter hoofd en grotere ogen – en veel rimpels. Ze kijken altijd heel boos, maar dat lijkt alleen maar zo. En verder zijn nortels zijn erg lui; maar wel heel bijzonder; ze kunnen namelijk alles genezen. Als jij je bijvoorbeeld hebt gesneden aan een scherpe tak, dan pakken ze je hand, doen ze hun ogen dicht, halen ze één keer diep adem en dan is je wondje weg!’’. Lea keek Elio vol verbazing aan. ‘’Maar hoe kan dat?’’, vroeg Lea. ‘’Dit zijn geen mensen. Dit is het Land van Dromen, iedereen heeft hier zijn eigen talent en kan iets wat anderen niet kunnen.’’. Maar eh, als je met ze gaat praten kunnen ze niet terugpraten; dat kunnen nortels niet. Ze weten niet wat wij zeggen. Maar kom, laten we erheen gaan, om te kijken wat er aan de hand is.’’, zei Elio. ‘’Volg mij!’’. Elio wandelde snel richting een verlicht huisje. Lea probeerde Elio bij te houden, maar Elio sprong wat makkelijker over boomstammen en rivieren dan Lea. De grond begon opeens te trillen. ‘’Wat gebeurd er?’’, vroeg Lea paniekerig. Ze stond even stil. Er kwamen opeens allerlei grote bomenwortels uit de grond steken, die Lea omsingelde. ‘’Help me, Elio!’’, riep Lea in paniek. Elio deed eigenwijs zijn armen over elkaar, ging tegen een boom aan leun en bleef toekijken. De wortels omarmden Lea en een boom naast haar boog naar voren. Lea wist niet helemaal wat ze moest doen en bleef maar een beetje gespannen stilstaan. ‘’Help me dan!’’, riep Lea in paniek. De wortels trokken weer terug, verdwenen in de grond en de boom boog zich weer naar achteren. Lea rende terug naar Elio en vroeg luid terwijl ze erheen rende: ‘’Waarom hielp je me niet?’’. ‘’Hij wil je alleen maar een knuffel geven.’’, riep Elio. Elio en Lea liepen ondertussen naast elkaar weer verder. ‘’Ik wil niet dat je zo ver weg loopt, ik ben bang dat er iets ergs gebeurd. Het is donker.’’. ‘’Maar je hoeft helemaal niet bang te zijn in het donker! Hier wonen geen gemene tovenaars, heksen of monsters. Iedereen is altijd heel aardig hier.’’, zei Elio heel stellig. ‘’Dat moet ik nog maar eens zien; misschien wilde die boom me wel helemaal geen knuffel geven.’’. Elio zuchtte, trok zijn wenkbrauwen op en keek vervolgens Lea aan; ‘’Het is maar een boom, ’t is geen monster.’’. ’’Hij wilde je alleen maar een knuffel geven, omdat hij wist dat je bang was. ‘’Hoe wist hij dat?’’, vroeg Lea. ‘’Deze bomen weten dat heel snel, als je bij ze in de buurt loopt. Ze kunnen je weliswaar niet zien, maar ze weten heus wel waar je bent.’’. Na een eindje te hebben gewandeld kwamen Lea en Elio aan bij een klein dorpje met overal houten hutjes. En bijna overal brandde er nog een fakkel. Het was natuurlijk erg moeilijk om erachter te komen waarom de nortels niet sliepen, want je kon niet met ze praten. Elio zwaaide wel naar de nortels, en zij zwaaide ook glimlachend terug. Bijna geen enkele nortel lag in zijn bed, maar zat buiten te liggen, of was iets aan het doen. Één nortel zat een soort schilderij te maken; een andere nortel zat buiten op een houten kruk, zijn was op een wasbordje te doen. ‘’Ook al kunnen nortels niet praten, ze doen niemand kwaad en helpen graag iedereen.’’, zei Elio. Een paar meter verder zag Elio een oude man op een boomstronk zitten, met een hele grote wandelstok die boven zijn hoofd uitstak, wat meer leek op een grote tak. Elio besloot erheen te lopen, en Lea liep maar achter hem aan. ‘’Meneer? Mag ik u iets vragen?’’, vroeg Elio. De oude man was gekleed in een jurk van bladeren. Hij had een hele grote bolle neus en een lange bruine baard. En bovenop zijn hoofd groeide mos. ‘’Wat is er, jongen?’’, vroeg de oude man. ‘’Waarom slaapt er nog niemand, en zit iedereen buiten?’’, vroeg Elio. ‘’Dat weet je toch wel, Bormen en zijn Zakkar komen hier landen.’’. ‘’Wat is een zakar?’’, vroeg Elio. ‘’Dat lijkt op een hele grote zwarte vogel, alleen vliegt hij niet met vleugels, maar met zijn enorme staart. Een paar keer zwabberen met zijn staart is al genoeg om in de lucht te komen.’’. ‘’Ik ben erg benieuwd’’, zei Elio vol verbazing. ‘’Willen jullie misschien ook zitten?’’, vroeg de oude man. ‘’Maar er is hier geen plek meer.’’. De oude man stond op en tilde zijn stok met twee handen op, stampte één keer met zijn stok op de grond, en er kwamen twee enorme paddenstoelen uit de grond gegroeid. ‘’Het was dus een magische staf’’, fluisterde Lea in zichzelf. ‘’Dank je wel’’, zei Elio, en ging zitten. Hierop volgend ging Lea ook maar op zo’n paddenstoel zitten. Ze keken naar boven om te kijken of ze al wat aan zagen komen vliegen. Daar in de verte – in de lucht – zag Lea iets op en neer gaan. ‘’Wat is dat?’’, vroeg Lea, waarop de oude man antwoordde: ‘’Dat zal Bormen zijn met zijn Zakkar. Ze bleven alle drie even stil en wachtten tot Bormen was geland. De zakkar kwam aanvliegen in het zicht van de drie. Door de zwieperende staart van het beest ontstond er heel veel wind; het waaide enorm. De zakkar landde rustig op de grond en de man die Bormen heette sprong er zo van af. ‘’Hey, Loe!’’ Zei Bormen. ‘’Ach, Bormen, je bent er weer!’’, zei de oude man, die blijkbaar Loe heette. Loe en Bormen zaten met elkaar te praten bij de zakkar. Bormen was een hele kleine man met een sjaal en een mutsje die hele wijde kleren droeg. Het was allemaal net iets te groot. ‘’Wow, wat een enorm beest, hè?’’, zei Lea. ‘’Ja, zo’n grote heb ik ook nog nooit gezien; ik zou er wel mee willen vliegen.’’, zei Elio enthousiast. ‘’Op dat beest?’’. ‘’Ja, over het hele rijk; lijkt me zó mooi, vind je niet?’’. ‘’Nou… zit je wel goed vast op zo’n beest, dat je er niet af kan vallen?’’. ‘’Zo goed jij je vast houdt, zo vast zit je’’. ‘’Kom, we gaan het vragen!’’. Lea was er niet helemaal zeker van of ze mee wilde, en liep een beetje treuzelend achter Elio aan. Ze stonden bij Bormen en Loe. ‘’Zouden wij misschien ook op deze zakkar mogen vliegen; zij en ik?’’, vroeg Elio. ‘’Maar natuurlijk, wat leuk, maar wel alleen als ik er ook op zit, want hij luistert niet naar iedereen. Ga jij ook mee, Loe?’’, vroeg Bormen. ‘’Loe knikte en klom na Bormen op het beest. Elio deed hetzelfde, en verwachtte dat Lea dit ook zo zou doen. ‘’En ik dan?’’, vroeg Lea. ‘’Gewoon erop springen, ’t is niet zo lastig.’’. Lea zette haar handen zo hoog mogelijk op het beest en sprong zo hoog als zij kon. ‘’Het lukt niet.’’, zei Lea. Elio boog en reikte zijn hand naar Lea. Lea greep zijn hand met beide handen, zette haar voeten op de zakkar en klom op deze manier op het beest. ‘’Dan maar zo.’’, zei Elio glimlachend. ‘’Zijn we er inmiddels klaar voor?’’, vroeg Bormen. ‘’Ja’’, zeiden Lea en elio. De zakkar zwieperd met zijn staart op en neer op de grond, en al snel kwamen ze omhoog. ‘’Àjari-jáárgh’’, sloeg de zakkar uit. ‘’Schrik niet hoor, dat soort kreten slaat hij uit als hij zin heeft om te vliegen.’’. Lea hield zich goed aan Elio vast en keek naar beneden. ‘’Oh, wat zitten we al hoog!’’. ‘’Ja, mooi he?’’, vroeg Elio.Alle nortels zwaaiden naar ze en ze kwamen steeds hoger. Er ontstond een schitterend uitzicht. Ze vlogen over een groot meer met daaromheen bossen en rivieren. De weerspiegeling van het water was helder en ze konden zichzelf zien vliegen. Er kwamen zwarte vogels aan die naast de zakkar kwamen vliegen, zij vlogen net zo hard mee. Die vogels maakte een duik naar beneden en verdwenen het water in. ‘’Wauw, dit is prachtig!’’, zei Lea. Ze sloot haar ogen, glimlachte en liet de wind door haar haren gaan. Elio keek haar aan en glimlachte ook. Lea opende haar ogen weer en zei: ‘’Moet je dat zien! Een paleis, daar op de berg.’’, zei Lea. ‘’Dat is het paleis van de nortels. Daar woont de grote nortel, die er voor zorgt dat alle nortels genoeg eten en drinken krijgen.’’. Ze vlogen nog een stuk door totdat Bormen besloot te landen. ‘’We gaan naar beneden jongens.’’. Bormen wees met zijn vinger aan waar ze heen gingen: ‘’Daar waar allemaal kleurrijke lichten zijn. Houd je goed vast!’’. De zakkar boog naar hoofd en dook recht naar beneden. Lea werd er eerst heel gespannen van, maar vond het al snel genoeg leuk; ze had er vertrouwen in dat het allemaal wel goed zat.

 

Hoofdstuk 3
Ze waren bijna beneden. De zakkar strekte zijn poten, sloeg een aantal keer met zijn staart op de grond en landde rustig. ‘’Dat was geweldig! Ik wil nog een keer!’’, zei Lea. Ze stapten af en iedereen rekte zich uit. ‘’Ik denk dat ik hier maar even blijf; ik ga bij iemand op visite, die hier ergens woont.’’, zei Loe. ‘’Is goed, ik ga weer verder, ik zou langsgaan bij een goede vriend van mij – ook hier in de buurt – maar nog wel een eindje vliegen. ‘’Ik zie jullie wel weer bij het volgende feest van de nortels denk ik, ajuus!’’, zei Elio. Loe en Bormel gingen er vandoor en Elio en Lea bleven achter. ‘’Ik heb een idee! Er is iets dat ik je wil laten zien.’’. Elio wees met zijn vinger naar een plek en zei: ‘’Zie je dat stuk daar?’’. ‘’Ja.’’. ‘’Dat is een plek waar veel paddenstoelen zijn, en niet de paddenstoelen die jij kent; deze paddenstoelen worden groter als je erop zit!’’. ‘’Dan gaan we daar heen!’’, zei Lea. Ze volgden een pad van zand tot aan een riviertje. ‘’Oké, hier moeten we over zien te komen. Zie je die grote lichtgevende stenen in het water?’’, zei Elio. ‘’Ja.’’. ‘’Daar moet je op lopen om aan de overkant te komen, en als je erop staat veranderen ze van kleur!’’ ‘’We gaan ervoor!’’, zei Lea vol zelfvertrouwen. Elio ging voorop en sprong van de ene steen naar de andere. Lea deed dit ook, en de stenen veranderde steeds van kleur toen ze erop sprongen; eerst van rood, dan naar blauw, dan groen; het zag er mooi uit. ‘’Oh dit is wel een grote stap, moet ik gaan springen?’’, vroeg Lea. ‘’Ja, als je springt kom je er zeker, dan ben je aan de overkant!’’. Lea zette zich af op het puntje van de steen en sprong met één been al naar de overkant. Ze bleef met haar andere been haken achter de steen, en viel zo in het water. ‘’Auw, auw!’’, zei Lea verdrietig. Elio ging snel naar haar toe, bukte naar de grond en hielp haar overeind. ‘’Gaat het wel, Lea?’’, vroeg Elio. ‘’Het doet zo’n pijn aan mijn enkel, volgens mij heb ik een wondje.’’, Elio hielpt Lea naar de overkant te gaan en ze gingen beiden op de grond zitten. Elio trok haar schoen uit. Toen Elio dit deed zag je aan Lea haar gezicht dat ze wel erg veel pijn had. ‘’Ai, dat is een sneedje, waarschijnlijk ben je achter iets scherps blijven haken.’’, zei Elio. Er liep een nortel naar hun toe en keek Elio aan. Elio liet het wondje zien en de nortel keek er even naar. De nortel ging ook op de grond zitten. Hij pakte de voet van Lea en hield hem goed vast. Lea vond dit niet zo prettig: ‘’Wat gaat hij doen?’’, zei Lea onbezorgd. ‘’Let maar op, het komt allemaal goed.’’, zei Elio. De nortel greep de voet stevig vast, deed zijn ogen dicht en haalde een keer diep adem. Hij haalde zijn hand rustig weg en het wondje was niet meer te zien. ‘’Het doet geen pijn meer!’’, zei Lea. ‘’En mijn wondje is weg!’’. ‘’Dat had ik je toch aan het begin verteld, Lea; nortels kunnen alles genezen.’’. Lea dacht even na en herinnerde zich het weer: ‘’Oh ja, dat had je verteld, wat bijzonder!’’. Lea stond op en omarmde de nortel. De nortel bleef stilstaan, hij wist uiteraard niet wat een knuffel was. ‘’Heel erg bedankt’’, zei Lea. Ze vond die nortels ineens helemaal niet zo raar meer, maar voelde zich veilig hier. Elio zette zijn handen in zijn zij, en zei: ‘’Zullen we weer verder gaan? Die paddenstoelen zijn echt de moeite waard!’’. Elio zag aan Lea dat ze het weer naar haar zin had.
Toen ze een stukje verder liepen kwamen ze aan bij de plek waar de paddenstoelen waren, en het bijzonder warm was. ‘’Lea rende naar een paddenstoel toe en ging er op zitten. ‘’Pas wel op hè~’’, zei Elio. Elio maakte zich er meer druk over dan Lea. ‘’Haha, moet je kijken hoe hoog ik al zit!’’, zei Lea. De paddenstoel was wel vijf keer zo groot als zij en ze vond het helemaal niet eng. Elio ging naast een paddenstoel bij haar zitten en zijn paddenstoel groeide ook; net iets sneller zelfs. ‘’Hi Lea.’’, zei Elio terwijl hij voorbij Lea ging. Lea sprong van die hoogte zo op een andere paddenstoel. De paddenstoelen groeide terwijl ze erop sprong; maar zij moest lachen en ging zorgeloos verder. Nu had Elio moeite om Lea bij te houden, in plaats van andersom.
Zo’n tien minuten later besloten Elio en Lea even te gaan liggen. Ze pofde neer op de grond en lagen heerlijk. Het was ook heel erg warm, en ze besloten naar de sterrenhemel te kijken. ‘’Ik zou hier ook wel willen wonen, net als jij’’, zei Lea. ‘’Maar dan missen je ouders je toch, en jij jouw ouders?’’. ‘’Ach wel nee, ik heb ook nog nog twee broers, ze hoeven mij helemaal niet te missen, hoor; en ik mis hun ook niet, ik woon veel liever bij de nortels!’’, zei Lea stellig. Elio keek haar een beetje verbaasd aan. Elio vond dat een beetje raar: ‘’Waar ik ook zou willen wonen, ik zou niet willen dat daar waar ik woon, mijn familie niet is. Ik denk dat je daar spijt van gaat krijgen, hoor’’, zei Elio. ‘’Ach wel nee, en het is trouwens helemaal niet eng in het donker, dus ik zou hier gewoon kunnen wonen. Maar waarom is het eigenlijk donker hier?’’ Nou, het is het Land van Dromen, daar is het nooit licht; want als het licht is, kun je niet goed slapen. Ik weet nog van vroeger toen ik jonger was dat ik nooit bang in het donker was, ben jij altijd bang in het donker geweest?’’, vroeg Elio. ‘’Lea?’’. Elio keek haar aan en zag dat ze inmiddels sliep. Het was ook wel erg warm en ze lagen heerlijk.



Hoofdstuk 4
Lea werd wakker. Ze keek om haar heen en zag dat ze helemaal niet in het Land van Dromen was, maar gewoon in haar slaapkamer. ‘’Maar ik sliep toch naast Elio, onder de sterrenhemel? Heb ik dit allemaal gedroomd?’’, dacht Lea. Ze zag ook dat het donker in haar kamer was, en vond dat niet prettig. ‘’Als ik het allemaal gedroomd heb, dan was het niet echt’’, dacht Lea. Hierdoor werd ze weer bang omdat het donker was, maar plots hoorde ze iets; het was het belletje waarmee ze ook naar het Land van Dromen gingen, en toen wist ze, dat het niet gedroomd was, sloot ze haar ogen en sliep ze heerlijk verder.




Nawoord
Ik heb dit verhaal geschreven al opdracht voor school. De opdracht was om een script te schrijven. Ik houd eigenlijk helemaal niet van schrijven, maar kon het niet laten om het verhaal vorm te geven in eigen woorden en situaties, die in een script niet verwerkt kunnen worden door het strikte protocol.

Ik hoop dat uw kind heeft genoten van het verhaal! Ik sta altijd open voor een reactie of positieve of negatieve feedback; graag zelfs!

Dank voor het lezen,
Daniël (18)

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Daniël

Geplaatst op

19-06-2015

Over dit verhaal

Het verhaal gaat over een meisje dat bang is in het donker. Op een gegeven moment, als ze probeert te slapen, krijgt ze het idee dat er iemand in haar kamer is, en dat klopt! Deze jongen neemt haar mee naar een fantasierijk vol magische elementen.

Geef uw waardering

Er is 8 keer gestemd.

Social Media

Tags

Bang Donker Fictie Magisch Slapen Vliegen

Reacties op ‘Het Land van Dromen’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »