Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

Josephina

Josephina van den Groothuijsen.

Ze spuugde bloed op haar zesennegentigste verjaardag.
Haar dochter van zesenzeventig en haar kleindochter van vierenvijftig hadden haar zojuist op het potje gezet en hielden haar vast.
Het was niet de eerste keer, dat ze dit deed, maar ditmaal was het erger.
Talloze artsen had ze gezien de laatste dertig jaar en even talrijke ziekenhuizen hadden niet kunnen voorkomen, ondanks alle medicijnen, dat het allengs erger was geworden.
Tenslotte hadden ze toegegeven, dat verdere behandeling volstrekt zinloos was, temeer omdat de patiënte zelf helemaal niet mee werkte.
Ze wilde ook helemaal niet meer leven, allang niet meer.
Eindelijk hadden de doktoren de strijd opgegeven en zij voelde dat als een overwinning.
Dus nu was ze thuis bij haar man. Mijn God, wat had ze lang geleden al willen sterven.
Al zovele jaren verlangde ze naar het ijle uitstijgen van de ziel en het loslaten van het wrakke lichaam.
Zo gelukkig was het allemaal niet geweest in haar leven, hoewel ze dat zelden of nooit had laten blijken aan anderen, ook niet aan haar man.
In het begin van hun huwelijk had ze het wel eens ter sprake gebracht, maar die boodschap was nooit echt aangekomen of serieus genomen.
Zij was vrouw en moest de man gehoorzaam zijn, en daarmee was de zaak afgedaan.
Gehoorzaam zijn was haar bestemming geweest, eerst aan haar hardhandige vader en later aan haar simpele man, wiens knuisten ook behoorlijk los zaten.
Vier kinderen had ze gebaard, twee zonen en twee dochters.
Dag en nacht had ze haar best gedaan elke dag maar weer de lieve vrede te bewaren en het gezin in harmonie bij elkaar te houden.
Maar een voor een hadden ze het ouderlijk huis de rug toegekeerd en de vele ruzies hadden er voor gezorgd dat haar twee zonen nooit meer kwamen. Een dochter was in de buurt blijven wonen en die verzorgde haar nu.
En die andere dochter....ach, die andere dochter...
Die was er eigenlijk de oorzaak van, dat ze liever wilde sterven dan dit leven verder te leven.
Als ze haar wekelijkse bezoek bracht aan het kerkhof, waar de dochter begraven lag, bleef haar man in de auto zitten, terwijl zij smeekt om alsjeblieft zo snel mogelijk bij haar dochter te mogen zijn.
Op haar pijnlijke benen strompelde ze dan met een bosje bloemen in de hand naar die platte steen, waar ze moeizaam bukte met haar kapot gewerkte rug en de bloemen schikte op de stenen plaat.
Daar stond het: Josephina van den Grootenhuijzen, haar naam.
Fientje was naar haar vernoemd en telkens wanneer ze dit las, wenste zij daar te liggen in plaats van haar dochter.
En telkens zag ze de beelden weer van Fientje.
Alleen de beelden, want de geluiden kon ze zich niet meer herinneren en dat was maar goed ook, omdat de waanzinnig horribele doodschreeuw van Fientje haar ook had gedood, zoals het dat elke moeder zou doen.
Ze was nadien nog wel levend, maar ze leefde niet meer.
Wat er precies gebeurd was, wist ze zich ook niet goed voor de geest te halen. Het was alsof en met een zekere regelmaat nieuwe verschrikkelijke bladzijden uit dat vreselijke boek werden opengeslagen, terwijl andere herinneringen dan ineens weer verdwenen. Ze kon er zelf geen touw meer aan vast knopen. Steeds als ze haar best deed te herinneren kropen er steeds andere gedachten tussendoor.
Dan werd ze nerveus en wreef ze met haar wijsvinger over haar bovenlip.
Dan wilde ze het soms wel uitschreeuwen, maar haar keel bracht het niet verder dan hoesten en haar zieke longen deden haar alleen nog maar fluisteren.
Fientje had een mooie stem gehad en ze zond altijd, wist ze nog wel.
En daar zat ze nu, op het potje en ze hoestte bloed, terwijl ze werd vastgehouden door dochter en kleindochter.
Hoe dikwijls had ze die twee vroeger zelf niet zo vastgehouden?
Het cirkeltje is rond, dacht ze, dus laat me nou maar gaan.
De twee praatten met elkaar met ingehouden stemmen.
"Komt slecht uit," zei de kleindochter," als het vandaag zou gebeuren. Dan kunnen we onze vakantie wel vergeten. We hebben wel voor de zekerheid een annuleringsverzekering afgesloten, maar toch."
Ze hoestte weer en die twee zagen de bloedvlek op haar nachthemd onder de kin groter worden.
Annuleren, dacht ze, mijn reis annuleren dat nooit. Ik ben er al zo lang klaar voor en ik heb het Fientje beloofd. Ze gaan me toch niet weer tegenhouden?
Verzet welde op in haar borst
"Ik ga wel." fluisterde ze, maar alleen Fientje hoorde haar verzet.

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

iakon

Geplaatst op

29-08-2015

Over dit verhaal

de ontluistering van het leven

Geef uw waardering

Er is 6 keer gestemd.

Social Media

Tags

Afscheid Dood Leven

Reacties op ‘Josephina’

  • Niemand had hier eerder wat over te zeggen? Wat erg, wat arm. Nog niet herkenbaar voor de jeugdigen. Eens zullen zij het ook weten, zoals ik het op mijn niet-jonge leeftijd weet. Maar IK zal niet op deze manier gaan. Ik hoop niet dat jij dit ooit van dichtbij mee hebt hoeven maken. En nooit zal meemaken.

    Irene O. - 04-05-2016 om 14:59

Reageren

Ik ga akkoord met de voorwaarden (opent in nieuw venster)

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »