Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

TWEE VORSTINNEN EN EEN VORST (B6)

TWEE VORSTINNEN EN EEN VORST (B6)

Twee vorstinnen en een vorst
R.J. Peskens
Uitgeverij G.A. van Oorschot 1975

Een van de meest opmerkelijke boeken die bij mij in de kast staan is “Twee vorstinnen en een vorst”, van R.J. Peskens. De naam R.J. Peskens zal vermoedelijk bij weinig lezers een bel doen rinkelen. Het was één van de pseudoniemen waaronder de beroemd-beruchte uitgever Geert (G.A.) van Oorschot als auteur actief was. Nadat Van Oorschot het boek met autobiografische schetsen in 1975 bij zijn eigen uitgeverij had laten publiceren bleek het (tot zijn verbazing) een enorm succes te zijn. Dat had vooral te maken met het bijzondere karakter van zijn moeder die in deze verhalen een hoofdrol vervult.

In 1909 werd Geert van Oorschot in Vlissingen geboren als zoon van Levinus Petrus van Oorschot (1885) en Johanna Wilhelmina Smallegange (1883). Van Oorschot groeide op in nogal armoedige omstandigheden. Beide ouders waren aanvankelijk aanhanger van de anarchistische Domela Nieuwenhuis. Vader Levinus bekeerde zich later tot het sociaal-democratische socialisme dat via de politiek de omstandigheden voor de arbeider probeerde te verbeteren. Moeder Johanna bleef haar anarchistische principes trouw, wat regelmatig voor huiselijke ruzies zorgde. Moeder Johanna was zowel geestelijk, maar zeker ook lichamelijk, een sterke vrouw. Ze stond haar mannetje. Als een van de weinigen uit een arbeidersmilieu was Geert na de lagere school op de H.B.S. terecht gekomen. Dit was vooral een wens van zijn vader, actief in diverse socialistische verenigingen, minder van zijn moeder. Toen het gedrag van de gymnastiekleraar ten aanzien van haar zoon haar niet beviel, zag ze er niet tegenop om de man op het schoolplein te komen opzoeken en in elkaar te timmeren.

Het verhaal waar het boek mee opent heet “De kolenboer”. Als het stookseizoen weer begonnen was – wat altijd zo lang mogelijk uitgesteld werd – moest Geert, voordat ie naar school ging, een emmer kolen halen. Soms kreeg ie de nodige twee dubbeltjes mee, maar soms moest het op de pof.

Op de zaterdag voor Kerstmis was het weer eens zo ver. Geert moest voor hij naar school ging (toen zaterdagochtend ook) kolen halen. Dit keer zelfs met twee emmers want moeder zei dat ze het met Kerst lekker warm wilde stoken. Maar zonder geld. Toen Geert bij kolenboer Daalhuyzen kwam zei die: “Zo jongeheer, twee emmers. Je moeder denkt zeker: een brutaal mens heeft de halve wereld. Ga eerst maar even wat centjes ophalen.” Waarna Geert weer naar huis kon met zijn lege emmers. Moeder had hem zien aankomen en deed de deur open. Met een verbeten blik slingerde ze de lege emmers de stenen gang in en stuurde Geert naar school waar hij geheel overstuur aankwam. Maar ’s middags bleek moeder thuis te zijn en niet op haar werkhuis waar ze normaal schoonmaakte. Tot verbazing van Geert waren er kolen, hout, een enorme schaal met bolussen en oliebollen en op het tafeltje tussen de vensters stond een gigantische bos chrysanten. ’s Avonds zong vader liedjes met de zussen. Hij was trots dat moeder zo uitgepakt had met Kerstmis. Van de avond herinnerde Geert zich later niet zo veel meer. Maar des te meer van de nacht die er op volgde.

Het was niet de eerste keer dat moeder mij klokslag twaalf wakker maakte, met haar bonte of zwarte omslagdoek voor mijn bed stond en dan zei: “Kom uit je bed en kleed je aan.” Zo was het ook die zaterdagavond. Ze bleef staan wachten tot ik mijn schoenveters had gestrikt en zei toen: “Haal de zaag even uit het kolenhok en doe beneden je jas maar aan.” Ik was wel gewend aan vreemde en plotselinge opdrachten, maar een zaag halen in de nacht verbijsterde me. Ik vroeg niet hoe of wat maar gehoorzaamde. Bij het naar beneden gaan stond mijn vader in het licht van de geopende voorkamerdeur. “Moeder”, zei hij, “Wat ga je doen?” “Toe, ga jij nou maar naar binnen”, antwoordde ze en duwde mij zachtjes de tweede trap af naar de voordeur. Die opende en sloot ze voorzichtig en onhoorbaar. “Loop maar achter me an”, zei ze. Ze keek op noch om. Ze liep vlug en vastberaden. Ik was bang, ik wist niet waar mijn moeder heen ging, wat ze van plan was. Toch had ik tegelijkertijd een gevoel van veiligheid en van trots, dat moeder iets groots, iets gevaarlijks ging ondernemen. Wij kwamen in de Bakkersgang, het kleine vierkante pleintje, met het transformatoren-huisje in het midden. Aan de hele linkerzijde een lange stenen muur van meer dan 2½ meter hoog, met ingemetselde scherven van bier- en limonadeflessen. Bij die muur hield moeder stil. Het was de muur die de grote tuin van Daalhuyzen van het pleintje afscheidde. Er was geen zwarte kat die wegschoot, noch woei er een stuk krantenpapier op het plein. Nee, het was veel erger: er gebeurde niets, het was doodstil. Moeder nam de zaag die ik met beide handen voor mijn buik hield en wierp haar in de tuin van Daalhuyzen. Daarna ging ze met haar schouders tegen de muur staan, haar voeten een beetje uit elkaar, vouwde haar beide handen in elkaar en zei: “Stap op, en over de muur. En wees voorzichtig met je vingers. Ik kom direct achter je aan.” Ze sprak op gewone toon, ze fluisterde niet eens en was blijkbaar in volle gemoedsrust. Ik was volkomen gaparalyseerd. Ik had het gevoel of ik van glas was. Ik voelde niets meer, dacht niet meer, was een gehoorzamend verlengstuk van moeders wil geworden. Ik beklom de muur, zat een ogenblik schrijlings op de scherven en sprong naar beneden.(…) Plotseling sprong mijn moeder naast me. Ze pakte de zaag onmiddellijk op en keek toen rustig de hele tuin door. Alsof ze haar gevechtsterrein wilde overzien. “Je moet goed opletten.”, zei ze. “Zo moeten ze worden behandeld.” Ze liep naar het meest nabij zijnde boompje. Ze knielde in het perk, legde de zaag horizontaal langs de grond, tegen het dunne stammetje aan, en zaagde het rustig om. Heb je wel eens een timmerman gezien die langs een aangebrachte potloodstreep een balk doorzaagt? Ze deed het met dezelfde precisie. Ze vertoonde niet de minste haast, niet de geringste emotie. Ze legde het omgezaagde boompje rustig achter zich neer en deed een stap naar het volgende. Zo zaagde ze alles wat stam had in Daalhuyzens tuin omver. Toen ze alles omver had gezaagd zei ze nog eens: “Zo moeten ze behandeld worden.” Ze zette zich weer tegen de muur, hield haar saamgevouwen handen weer voor haar buik, zei dat ik op moest stappen. “Wees voorzichtig met het glas.” Toen ik schrijlings op de muur zat zei ze: “Wacht maar even, niet springen. Pak de zaag even aan. Ze reikte haar aan met het handvat naar boven. Daarna nam ze een sprong, ik zag haar beide handen op de glasscherven, waarna ze zich boven op de muur trok, eerst haar ene, toen haar andere been erover heen sloeg en als een kat naar beneden sprong. Ze ging weer ruggelings met gevouwen handen tegen de muur staan en zei: “Kom nou maar naar beneden.” Ik liet me zakken op het opstapje van haar handen en sprong toen ongedeerd op straat. De maan was achter wolken schuil gegaan en door het donker liepen we naar huis. Haar ene hand droeg de zaag, de andere had ze op mijn schouder gelegd. Het licht in onze voorkamer brandde nog. Mijn vader stond weer in de open deur. Hij zei niets.

Een paar dagen later waren de omgezaagde boompjes van Daalhuyzen het gesprek van de dag. Zijn tuin, de trots van zijn leven, was geruïneerd. Veel van zijn klanten gunden het de gierigaard graag. Toen vader maandag de avondkrant bij zich had, vroeg moeder nieuwsgierig of er iets instond over de actie van moeder en zoon. Inderdaad stond er bij het Stadsnieuws onder de kop “Vandalisme” een artikeltje waarin melding gemaakt werd van de ramp die zich in de boomgaard van Daalhuyzen had voltrokken. Vol trots knipte moeder het stuk uit en prikte het met een punaise boven de schoorsteen. Waar het een paar jaar heeft gehangen.

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Hans Erkamp

Geplaatst op

22-05-2018

Over dit verhaal

Over een bijzondere moeder

Geef uw waardering

Er is 2 keer gestemd.

Social Media

Tags

Armoede Moeder Zoon

Reacties op ‘TWEE VORSTINNEN EN EEN VORST (B6)’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

Ik ga akkoord met de voorwaarden (opent in nieuw venster)

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »