Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

Het huis met de rozen.

Duister was het pad naar het huis dat wij samen liepen, op weg om toch een schuilplaats voor de nacht te vinden. Nergens op de weg was iets te herkennen. Geen Motel, Hotel, of zelfs maar een Camping. Gewoon overal waar je keek zag je bossen, alleen maar bossen.

En midden in die bossen liepen wij nu, omdat ik in een flits dit oude huis zag staan, draaide snel de weg af, het pad in, dat abrupt stopte. Wij konden niet verder rijden en stapten uit.

Een broeierige stilte was ons welkom. In de verte zagen wij een verbleekt oud huis, de verf bladderende van de deuren, van de kozijnen, de ramen die tot mijn verbazing toch nog heel waren. Het pad er naar toe was bezaaid met oude takken, plakken oud mos en verlepte bladeren, kortom een zeker niet onderhouden pad naar een verlaten oud grijs huis. Maar waar ik op viel waren die prachtige rozen die aan de kant van het huis bloeide.

“Zou hier nog iemand wonen?”Vroeg mijn vrouw en keek een beetje angstig om zich heen.

“Het ziet er wel verlaten uit,”antwoordde ik en zij pakte stevig mijn hand beet om die zo vast te knijpen alsof zij mij nooit meer los wilde laten. Angst was haar raadgever en ik kneep haar bemoedigend terug in haar hand zodat zij niet bang hoefde te zijn, hoewel ik hier ook niet echt gerust op was.

“Kom laten we even verder kijken, misschien kunnen we hier toch overnachten, dit is geen doen zo, ik rijd nu al 4 uur achtereen en ben helemaal gaar.”

Mijn humeur werd er ook niet gezelliger op, temeer daar wij honger en dorst hadden, onze koelbox was al aardig geslonken de afgelopen uren. Maar ook de afgelopen uren waren we geen winkel of station tegengekomen om de tank bij te vullen en de koelbox, alsof we Niemandsland ingereden waren.


“Kijk nou eens!”
Mijn vrouw wees vol verbazing naar de zijkant van het oude huis. Ik keek naar de richting die zij wees en zag nog een prachtige wand met mooie rozen, zo mooi rood, zo dapper rechtop tussen al die oude rommel, rode rozen en klaprozen, rood en oranje en geelachtige. Hoe kon zoiets moois hier nu bloeien?
Ik keek naar mijn vrouw en trok haar mee de richting van de rozenstruik uit, zij sputterde enigszins tegen maar ik hield stand en trok haar mee.

“Kijk die lamp nou, die is ook niet echt oud!’
Haar toon klonk angstig en ik keek omhoog, zag de buitenlamp, een bijna nieuw exemplaar.

“En dit dan?”
Zij wees mij naar een raam, daarvoor hing een spierwit gordijn. Mijn verbazing nam grotere vormen aan. Hoe was het mogelijk dat oud en nieuw hier zo bijeen gekomen waren? Was dit door mensenhanden gedaan? Waren hier andere krachten aan het werk?

Want toen ik de deur probeerde te openen bleek deze op slot, de ramen zaten potdicht, kortom toen wij rondom het huis hadden gelopen was het enige dat open was, dat waren de prachtige mooie rozen die haast gevraagd werden om geplukt te worden. Ik keek door de vuile ramen naar binnen en zag de schaduw van een oude piano staan. We liepen verder rondom het huis en kwamen langs een diepe waterput.

Als je hier in zou vallen zou geen mens je ooit terugvinden, het groene onkruid en de grote varen woekerden gezellig samen voort.

“Kunnen we vannacht niet gewoon maar in de auto slapen?”vroeg mijn vrouw met een angstige stem. Zij keek nog naar een oude schuur die ook op slot zat en we liepen verder door het onkruid. Alleen bij de rozen kon je veilig en vrij lopen, zonder je te steken aan een doorn, of brandnetel of vochtige bladeren, alles was zo schoon voor de rozenstruiken, die zich als een slinger over het huis wilden laten groeien.

“Ja, ik denk niet dat dit hier nou echt een slaapplaats voor ons is, hoewel ik de rozen prachtig vind!” Ik keek mijn vrouw lachend aan en plukte er een van een tak af en stak die in haar mooie donkere haar. Zij glimlachte, maar het ging niet van harte, zij was echt bang. Die angst sloeg wel op mij over. Ook ik voelde mij wat geprikkeld worden hier bij dit huis met zijn nieuwe mooie rozen en zijn oude deuren en ramen en schuur en waterput en een soort van kippenren die er half bij hing.
Al wat ontbrak was een oude enge man die “BOE” zou roepen.

“Laten we maar naar de auto teruglopen, ik krijg hier kippenvel van,”zei ik tegen mijn vrouw en trok haar mee richting het pad dat naar de auto leidde.

“Je loopt de verkeerde kant uit hoor, het is die kant uit!” Zij wees de andere kant uit en ik keek even links en toen rechts, achter mij en voor mij en toen naar haar.
“Waar is dat verdomde pad nou?”
“Nou volgens mij is het deze kant uit,”zei mijn vrouw weer en zij trok mij haar richting uit. Na vijf minuten gelopen te hebben en geen pad gevonden besloten wij toch de andere kant maar te nemen, ergens moest dat rare vieze pad toch zijn!

Wij liepen hand in hand mijn aangewezen kant uit, maar ook hier nergens een pad te bekennen.
“Dit is toch van de gekken, dit kan niet!’mopperde ik en trok mijn vrouw dan maar naar de rechterkant, maar na een tijdje door een oerwoud van onkruid en spinrag gelopen te hebben raakten wij steeds meer verwijderd van het huis met de rozen.
“Dan maar naar links, ik weet het ook niet meer!” Woest was ik, rondom het huis was er overal onkruid, daar ergens tussen moest onze auto toch staan? Wij kwamen weer bij het huis met de rozen aan en het zweet stond in mijn handen.

“Waar is dat verdomde pad nou!’Mijn toon was hard en woest, te gek dat je een auto zoekt in een bos vol onkruid en al wat je ziet waren die prachtige mooie rozen die je zo verliefd aan hingen te kijken, alsof ze op publiek wachtten.
“Geef je mobiel eens, ik bel de politie wel, halen die ons hier wel uit!” Hij pakte haar mobiel aan en terwijl hij intoetste klapte hij het mobiel alweer dicht.
“Geen signaal, lekker dan, staan we hier en nou?”
“Ja en nou?”
“Ik weet het ook even niet, rustig nadenken, weet je wat, pluk gezellig wat rozen hebben we in ieder geval wat om thuis op tafel te zetten. Zij keek hem woeden aan en zei:
“Moeten we toch eerst de auto zien te vinden in deze jungle, jij ook altijd met je plannen!”

“Ja, nou heb ik het even lekker gedaan, jij wilde toch een eind rijden, jij wilde toch overal en nergens heen zonder kaart?”Wil jij mij nu de schuld geven dat we hier vast zitten alleen omdat ik even het pad niet kan vinden?”
“Dat pad is er nooit geweest man, we hebben gedroomd, we zijn gewoon in de blind naar dit huis toegelopen, gelokt door die rozen, meer niet, snap dat dan, die rozen lokken de mensen gewoon!”

“Jij hebt teveel horror films gekeken!’antwoordde ik haar. Maar ook ik twijfelde ineens, zou het kunnen zijn dat die rozen….Ach nee natuurlijk niet, niet in deze tijd toch?


~~

“Hé pap, kijk eens wat hier staat!”Een auto, helemaal begroeid met onkruid en klaprozen, wie laat er nou zijn auto achter in het bos!”

Hoofdschuddend liep het gezin verder, richting het pad naar het huis met de rozen dat ze vanaf de weg hadden gezien. Nieuwsgierig naar wat ze aan zouden treffen besloten ze eens een kijkje te nemen.



©LENY KRUIS

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Leny Kruis

Geplaatst op

16-10-2014

Over dit verhaal

Verzonnen voor een film via Urbex

Geef uw waardering

Er is 10 keer gestemd.

Social Media

Tags

Huis Luiken Niemandsland Rozen Stilte

Reacties op ‘Het huis met de rozen.’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit verhaal, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

Ik ga akkoord met de voorwaarden (opent in nieuw venster)

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 17-10 - 1001KorteVerhalen.nl online!

    In navolging van 1001Gedichten.nl hebben we een nieuwe website opgezet speciaal voor Korte Verhalen. Meld je aan en plaats nu je verhalen.

Bekijk oudere nieuwsberichten »